Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

hoe zij ook uiterlijk op elkaar mogen gelijken, toch lang niet volkomen hetzelfde zijn in hun innerlijke organisatie; dat het lichaam van 'n fijngevoelend kunstenaar, vooral in de bouw van zijn zenuwstelsel, belangrijk zal verschillen van dat van 'n polderjongen. In t kort gezegd beteekent het, dat het lichaam in overeenstemming zal zijn met de innerlijke geaardheid, de trap van evolutie van de ziel, die dat lichaam bewoont. Zoodat hier n reden te meer gevonden wordt voor de noodzakelijkheid om bij het kiezen van n beroep zorgvuldig te werk te gaan, aangezien het dat moet zijn, waarvoor men, zooals men zegt, „in de wieg moet zuh gelegd", wat dus beteekent, dat men bij de keuze van n beroep moet streven naar harmonie tusschen innerlijke bekwaamheid en lichamelijke geschiktheid.

rU,", i16-^ bovenstaande zal het duidelijk zijn, dat de wet der erfelijkheid door de Theosofie niet wordt terzijde geschoven Integendeel wordt zij erkend als 'n groot grondbeginsel voor de opbouw der stoffelijke levensvormen, maar voor de verklaring van de groei der geestelijke eigenschappen van de mensch schiet zij te kort, wat trouwens door de hedendaagsche wetenschap wordt toegegeven. En hier komt de Theosofie haar aanvullen met het beginsel der Reïncarnatie, er op wijzend, dat er een geestelijk, onsterfelijk levend iets is, dat de dood van het stoffelijk lichaam overleefden waarin de zielseigenschappen besloten zijn, die medegebracht worden bi, de volgende nederdaling in *n stoffelijk omhulsel Hoe ontstaat het genie? Alweer 'n vraag, waar de materialistische wetenschap geen raad mee weet. Wel kan zij van Mozart zeggen dat hij geboren werd in 'n muzikale familie, maar hoe het komt' dat zijn muzikale begaafdheid zoo ver verheven was boven die van zijn vader, dat kan zij niet verklaren. Reïncarnatie geeft hierop een duidelijk en begrijpelijk antwoord. Zij zegt, dat het genie op welk gebied ook, het hoogtepunt is van de ontwikkeling van dat bizonder vermogen gedurende vele levens, waarvan elk iets toevoegt aan die speciale begaafdheid. De in de structuur der ziel ingeweven eigenschap vertoont zich telkens schitterender door elk volgend stoffelijk lichaam, totdat ten slotte het punt bereikt wordt waarbij reeds op jeugdige leeftijd de ziel het lichaam zoo aan zich ondeiwerpt, dat zij haar innerlijke vermogens er door kan laten uitstralen in volle schittering. De wonderkinderen zijn voor de aanhangers van de leer der Reïncarnatie geen raadsels, maar de belofte der toekomst voor iedereen, die zich ernstige inspanning getroost voor het verwerven van het een of ander vermogen.

Moe ts het mogelijk, dat kinderen van dezelfde ouders zoozeer van karakter kunnen verschillen?

Hier schiet de erfelijkheidstheorie al heel erg te, kort" De Keincarnatie daarentegen geeft ons weer 'n eenvoudige oplossing, fclke ziel brengt namelijk haar eigen trap van ontwikkeling mee,

Sluiten