Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

over rare dingen sprak, waarover Nico alleen nog maar had hooren spreken door Hein Steen, een buurjongen, waarmee hij allerlei straatschenderijen uithaalde. Die Hein was een aardige kerel, die altijd nieuwe amusementen wist uit te denken. Op den eenen middag wist hij een doode kat te liggen, die ze samen gingen villen. Nico vond het wel erg griezelig, maar Hein zei, dat het echt prettig was en Nico stelde er wel belang in te zien, hoe een poes er zonder vel zou uitzien.

Op een anderen keer zag Hein een doode kanarie ergens in een vuilnisbak. De kanarie werd er uitgehaald, een vuurtje werd aangestoken en de kanarie werd gebraden. Dan legde Hein de halfverbrande vogel op een stoep; dat was een lekker maaltje voor een hond, zei hij.

Een heel gezellig spelletje was het wipwap spelen. De jongens bonden zich een dik touw, dat Hein van zijn vader stilletjes had weggenomen, onder de armen, en dan heschen ze elkaar beurtelings op over den bovenkant van een hoog stadsaanplakbord.

Maar nadat ze langen tijd met elkaar door de stad hadden gezworven, kwam er een eind aan. De vader van Nico zei zonder meer, dat hij niet meer met Hein mocht spelen en loopen. En nu kwam

Sluiten