Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

stelden. De bank kan tevoren niet weten, wanneer haar crediteuren hun saldi zullen opvragen. De etsch van liquiditeit der uitzetting behoort dus niet naar voren te komen, zooals in het aangenomen geval, tegen het einde der maand (de uitzetting zou dan b.v. medio dier maand volkomen vast mogen liggen), er behoort aan te worden voldaan op iederen dag, op ieder uur. Dit is in weinig woorden gezegd, en schijnt zeer logisch. Toch is het niet overbodig hierop met klem te wijzen; want al kent elke bankier de ten dezen aan hem gestelden eisch, het is opmerkelijk zoo weinig er soms aan wordt voldaan in de praktijk. Onze gedachten richten zich dan ook op de interieurs, de werkwijze van niet alleen afzonderlijke bankjes en kantoren, doch van geheele concerns, die een volslagen negatie van de liquiditeits-noodzaak vormen. De leiders dezer banken en concerns kennen natuurlijk stuk voor stuk de theorie der liquiditeit op hun duimpje en schrijven er lange artikelen over, doch de natuur is veelal sterker dan de leer, en de zucht tot uitbreiding, de zucht een concurrent den voet dwars te zetten, de „Willen zur Macht" (die hier, evenals bij Nietzsche, een zeer immoreele zijde heeft), geeft in de practijk aanleiding tot zware zonden. „The avidity with which accounts are sought and accepted in these days need not be regarded as impairing the practical soundness of this opinion", zegt Prendergast x) ironisch. Het zij toegegeven, dat de verleiding groot is, vooral bij instellingen die zich door een gunstige conjunctuur, of door eeaige andere oorzaak zeer sterk zijn gaan voelen zonder daarbij te overwegen dat de kracht en de weerstand eener bank eerst worden gemeten in tijden van crisis, van groote geldschaarschte en paniek. Dit doet echter niets af aan de volstrekte noodzakelijkheid der liquiditeit. En al mogen dan de vrijeren-van-opvatting in normale tijden een gunstigen naam hebben bij handel en industrie, wanneer de nood aan den man komt zullen de consciëntieus eri conservatief beheerde instellingen blijken te zijn wat in economischen zin van elke bank moet worden verlangd: steunpilaren van handel en industrie, ook en juist in de crisis. Dan kunnen alleen de volkomen liquide instellingen een macht vormen en een wenschelijkheid, een instituut, dat economisch recht van bestaan heeft.

') W. A. Prendergast t. a. p. pag. 123.

Sluiten