Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overwegen aanvaard: Meerhold zou de preferentie hebben voor den moutwijn, dien de fabriek stookte en hij zou hem berekend worden tegen den laagsten koers van den dag, waarop hij 'm kocht. En dat die conditie nog baast altijd sterk in het voordeel van z'n schoonzoon uitviel, Leyter zag er "niet anders dan koopmansgeluk in en 't hinderde hem telkens erger, wanneer Jacob hem voelen liet, dat z'n schoonzoon met deze overeenkomst hem te glad af was geweest... Blijkbaar ook verdacht Jacob Meerhold van'nslinkschheid... en misschien... ,

Maar Leyter stremde de rijzende veronderstellingen

kom-kom geen achterdocht... dat verbitterde maar

Henri was immers veel te coulant, veel te veel zakenman, veel te correct ook om unfaire dingen te doen... O. hij was niet in alle opzichten met Meerhold ingenomen, hij zou zelfs heel blij en dankbaar wezen, wanneer hij de twintig mille afgelost had om hem eens en voor goed buiten z n zaken te kunnen houden, maar overigens... Hij stond op. „Ik ga even naar de fabriek... „Goed papa." zei Jacob zonder van z'n werk op te zien als in plotsen ijver. Maar toen de deur achter z'n vader was dichtgevallen, lei hij z'n pen neer. borg z'n hoofd in de gespreide handen, die krampachtig z'n schedel omwrongen, als konden ze daardoor z'n angstige gedachten bedwingen.

Zoo moedeloos als dezen ochtend was hij nog nooit geweest. Het liep weer 'ns mis met z'n speculaties en 't was erger dan vroeger, nu hij met Kellenaars samen mèèr gewaagd had dan hij kon of mocht, 'n Tijdlang was hij bizonder gelukkig geweest, 'n man in bonis... Kellenaars en hij hadden heel wat zoete winstjes samen gedeeld en nu, ineens, was de kans gekeerd. Wat ze ondernamen, t liep allemaal tegen, 't was om razend te worden... Ze bleken er geen kijk meer op te hebben... En telkens kwamen die hatelijke aanmaningen om te suppleeren... Hij had het den laatsten keer niet gekund. Kellenaars had toen ook verlies

voor hem betaald en nu zou-ie weer moeten opdokken

Hij, Jacob, had 't niet en bij den ouwen heer aankloppen, *t zou het allerlaatste wezen wat-ie doen zou... Hij was doods-benauwd voor de scène die onvermijdelijk het gevolg zou zijn... En hoe kort zou z'n vader hem voortaan houden, als hij er achter was gekomen, dat-ie speculeerde... Nee-nee, hij moest in z'n angst vooral geen overijlde dingen doen... Kellenaars zou misschien wel weer bijspringen; hij was nog al welwillend, verbeeldde zich misschien, dat hij

4

Sluiten