is toegevoegd aan uw favorieten.

De ruïne van Walroo

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

118

van de roest en de tand des tijds had het een flinken knauw gegeven. Hoeveel jaren zou het daar in dat duistere vertrek hebben gestaan? Van hoeveel strijd en bloed kon het allicht verhalen, als het maar spreken kon?

Maar het kon spreken. En het sprak ook. Met de meeste voorzichtigheid, terwijl de burgemeester en de drie jongens toekeken, had Gerrit het slot doorgevijld, waarbij het gele koper weer glinsterend te voorschijn kwam en nu werd het verder geopend, doch zoo, dat het

kistje zelf wellicht óók een kostbaar stuk van de familie

Van Walroo — zoo weinig mogelijk werd beschadigd. Daar was het open en zagen ze den inhoud. Er lagen drie looden rollen in, die er uit werden genomen en kokers bleken te zijn, die elk een oud perkament bevatten. Ook lag er een klein zilveren doosje in, waarop eveneens het wapen van Van Walroo was gegraveerd en toen ze dit, door op een knipje te drukken, hadden doen open springen, zagen ze daarbinnen ... in oud leder geklemd, een stuk van een zegelring .... den voorkant ervan .... den steen met het wapen erop .... een grooten rooden steen; en het wapen, dat erop stond . . . was duidelijk dat van Van Walroo . . .

Hoe waren ze verbaasd .... want immers, de zegelring was gebroken .... het was er maar een stuk van .... middendoor was hij gebroken .... precies immers als dat stuk in het geheimzinnige doosje, dat de oude neef had bewaard .... met dat stukje goud erin . . . waar ze de beteekenis niet van begrepen hadden ....

Zou soms . . . maar dat leek als een sprookje dit

zou toch al te wonderbaar wezen ... zou soms het stuk, dat ze hadden, passen op den gebroken ring? Zou dat misschien de weerhelft wezen? . . .