is toegevoegd aan uw favorieten.

De zegelwet 1917 toegelicht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zegelwet 1917.

69

Art. 32.

4°. alle stukken, welke volgens hun aard aan dit zegelrecht zouden zijn onderworpen, doch worden opgemaakt tot regeling van belastingen of ter voldoening aan- of uitvoering van wetten en algemeene maatregelen van bestuur, houdende voorschriften van staatszorg en staatstoezicht en Van wetten, regelende onderwerpen van publiek recht;

5». de aan in het buitenland wonende belanghebbenden uit te reiken besluiten, houdende toekenning van ridderorden;

6°. de afschriften van- en uittreksels uit akten van den burgerlijken stand en van- en uit stukken aan die akten gehecht, welke ingevolge eenig wettelijk voorschrift of voor de regeling van belastingen moeten worden overgelegd, en die, welke niet bestemd zijn om aan bijzondere personen of andere dan door het openbaar gezag ingestelde zedelijke lichamen en instellingen in hun belang te worden uitgereikt, mits van een en ander in de onder die afschriften of uittreksels voorkomende deugdelijkverklaring door den ambtenaar, die ze afgeeft, melding gemaakt zij;

7». akten van bekendheid, opgemaakt ter vervanging van de onder 6°. bedoelde afschriften en uittreksels;

8°. de door bewaarders van de hypotheken, het kadaster en de scheepsbewijzen af te geven uittreksels uit de kadastrale plans, leggers en aanwijzende tafels;

9°. de stukken, benoodigd tot het aangaan van huwelijken, die betreffende de voorziening in voogdij en toeziende voogdij, cnrateele en toeziende curateele, betreffende opheffing van cnrateele, meerderjarigverklaring en toekenning van bepaalde rechten van meerderjarigheid, erkenning en wettiging van natuurlijke kinderen en betreffende verbetering van akten van den burgerlijken stand, de stukken benoodigd om uit de gijzeling ontslagen te worden, verzoekschriften aan openbare autoriteiten, voor zoover volgens artikel 23 onder 3°. aan zegelrecht onderworpen en de minuten, afschriften en uittreksels van daarop te nemen beschikkingen, alles voor zoover de personen onvermogend zijn en dat onvermogen blijkt uit een verklaring, afgegeven, indien zij binnen het RJjk wonen, door het hoofd van het bestuur hunner woonplaats, en indien zij buiten het Rijk wonen, door de bevoegde openbare macht, en van het onvermogen op de stukken melding is gemaakt. De personen, wier onvermogen moet blijken, zijn: