is toegevoegd aan uw favorieten.

De wijsbegeerte der wiskunde van Theistisch standpunt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

75

evenals bij zijn voorganger, in de ethiek, waartoe hij zich in zijn jeugddialogen ook bepaalt. In den Protagoras en den Gorgias zoekt hij naar de waarheid als 't algemeene en weerlegt de scepsis door te wijzen op de zelfgarantie der waarheid : ieder tegenstander van het axioma: „er zijn ware oordeelen" komt met zich zelf in tegenspraak. In den laatsten dialoog trekt hij ook de arithmetiek in zijn gezichtskring: van het onwijsgeerig rekenen spreekt hij als van „logistiek". *) Zelf echter brengt hij de waarheidsvraag niet met deze rekenkunst, maar met de mathesis of wetenschap in verband, en noemt haar den toetssteen der logische theorieën. In den Menon laat hij Socrates aantoonen, dat leeren en weten niet anders is dan een tot zichzelf inkeeren van de onsterfelijke ziel, door zich te herinneren, wat ze in haar praeëxistentie zag. Hij neemt daartoe als voorbeeld een slaaf die de constructie levert van R = V 2 2) Hieruit blijkt, hoe P1 a t o inzag, dat de dingen niet steeds door rationeele getallen zijn weer te geven, maar eveneens, hoe hij de theorie die leeren uit herinnering wil verklaren, ook uitstrekt tot de mathesis. Zoo is hier de geometrie van landmeetkunst tot eeuwige waarheid verheven.

Maar — ze heeft dit gemeen met alle kennis : het methodologisch monisme is nog niét overwonnen, empirische kennis heeft geen bestaansrecht en van een verbinding is dus nog geen sprake. In 't Symposion hebben de empirische individuen voor 't eerst deel aan de idee. 8) De Phaedo gaat verder :

x) Gorgias, 451 B. Zoo in den Euthydemus, 290B ook de term „logistici," zie M. Cantor, I8, pg. 216.

a) Menon 73/86; ter uitlegging van de teekening daar bedoeld, zie M. Cantor, I8, pg. 218.

8) Natorp's critiek op Zeller's hypothese van de hypostaseering der ideeën kan 'k niet deelen. Deze louter hislorisch-exegetlsche quaestie moet hier echter onbesproken blijven.