is toegevoegd aan uw favorieten.

Mensen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

111

veel liever is dan ik en die ook veel beter voor jou past."

„Maar ik begeer geen andere!" duwde hij haar toe met snauwende vertwijfeling ün zijn stem. „Net zeg ik je, dat jij de enige vrouw bent, die ik ooit waarlik lief heb gehad; waarom geloof je me niet?"

„Ik geloof je wel degelik, Frits."

„Welnu dan? Is 't dan niet ,waar, dat we achttien jaren lang gelukkig zijn geweest? Heb ik me dat maar verbeeld? Voor me 'zelf zeker niet. Ik was gelukkig, echt gelukkig,. T en... al zijn ze allehei heengegaan, onze twee lievelingen, waarvan ik zo zielsveel hield... jij toch ook... met jou,, Ems ben ik 'et nog... ja, toch nog. Maar ben jij 't dan niet met Imij geweest? Heb ik me zó vergist... al die tijd?"

Een weifelend lachje omspeelde haar, bloedeloze lippen en haar ogenstrakheid vergoedigde in de verfijnde omrimpeling als ze, de bleke magere vingers naar hem uitstrekkend, zeide:

„Neen, Frits, neen. Wat ik nog aan geluk gehad heb

aan jóu heb ik 'et te danken. Jaren lang ben ik werkelik zo gelukkig geweest, als ... wel ik geloof niet, dat 'en mens gelukkiger kan wezen. En jij, met je liefde, met je goedheid, met je zorgen en' niet 'et minst met je idees... jij bent 'et, die me zo gelukkig hebt gemaakt. Dat zal ik altijd ... altijd erkennen ... dankbaar erkennen. Maar nu... nu... ja, ik kan de waarheid nog wel verzwijgen; maar verbergen gaat tóch niet op den duur... nu zie ik in1, dat dit hele geluk niets anders was dan 'en verblinding... 'en opwinding... hoe zal ik 'et noemen... 'en soort zwijmel. En omdat die zwijmel... die roes uit heeft gewerkt. moet ik weer denken, als Vroeger... Nu weet ik, dat ik me al die tijd maar wat wijs heb gemaakt en dat ik vroeger ... eer ik jou leerde kennen... dat ik toen alles veel juister heb geschat... 'et leven... de mensen... en al wat daar mee samenhangt."

Met een nauw -merkbaar schouderschokje had hij de bleke hand even teder-«acht gestreeld, weer los gelaten en zijn stem klonk hard-koud als hij antwoordde:

„Zo... dus... wat je vroeger... in ons engagement... noemde je genezing... je genezing van allerlei jeugdig-