is toegevoegd aan uw favorieten.

Handleiding tot de paardenkennis voor de cadetten der cavalerie en artillerie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

58

Zij verdragen zonder nadeel de verschillende weersinvloeden en kunnen daardoor gemakkelijk naar andere landen worden overgebracht. Een twintigtal jaren geleden bezat de Amsterdamsche diergaarde een zebramerrie, welke meer dan 40 jaar oud was. Thans telt het Koninklijk Zoölógisch Genootschap „NaturaArtis Magistra" twee fraaie bergzebramerries in zijn verzameling.

De bergzebra is zeer moeilijk te temmen; oud gevangen zijnde, blijft hij meestal wild en onhandelbaar. De temming gelukt het best op jeugdigen leeftijd, maar ook dan blijft hij in den regel koppig en vereischt hij eenige omzichtige behandeling. Toch zijn er onderscheidene voorbeelden bekend, zoowel in Europa als aan de Kaap, dat men dit dier voor rij-, meer echter voor trekdienst heeft gedresseerd. Zoo bijv. had de koningin Chaelotte van Portugal in het begin dezer eeuw een equipage met 8 zeer makke zebra's, en bezat de menagerie van Versailles reeds in 1761 twee getemde zebra's, welke met de noodige omzichtigheid goed waren te berijden. Andere voorbeelden van temming en dressuur zijn in later tijd uit verschillende dierentuinen bekend geworden.

Ware de vangst, vooral echter de temming van den zebra gemakkelijker, dan zou dit dier voor vele Zuid-Afrikaansche landen, waar paarden het klimaat zelden verdragen, van onberekenbaar nut kunnen zijn. De kolonisten en meer nog de inboorlingen meenen, dat deze temming onmogelijk is, omdat zoodanige proeven zoo dikwijls mislukten. Die proeven, waarbij stok en zweep de plaats innamen van geduld en omzichtigheid, werden echter vrij onverstandig genomen. Ook de bekende paardentemmer Rabey heeft zijn talent op dit dier beproefd; de temming van den zebra kostte hem wel is waar meer moeite dan die der kwaadaardigste paarden, maar zij gelukte.

§ 23. b. Buechell zebra (Equus Burchelli typicus, Buechell). (Fig. 12).

Deze zebra leeft ten noorden vap het gebied van den bergzebra, in een streek, welke zich uitstrekt van de Limpoporivier tot de equatoriale meren. Hij is grooter dan de bergzebra en zijn lichaamsgestalte gelijkt ook meer op die van het paard; daarbij heeft hij zwaardere manen en kleinere ooren. Ook de huidplooi onder den hals ontbreekt.

De grondkleur is geelachtig bruin, de strepen zijn donkerbruin of bijna zwart. De teekening der strepen komt veel overeen met die bij den bergzebra, maar de lijnen van den romp loopen