is toegevoegd aan uw favorieten.

Wet op de oorlogswinstbelasting 1916

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 14.

117

gebracht de op het boekjaar betrekking hebbende winstaandeelen van den Staat en, bij commanditaire vennootschappen op aandeelen, van de voor het geheel aansprakelijke vennooten, allen als zoodanig (10—12).

De belasting door een der bij het eerste lid bedoelde lichamen verschuldigd wegens het gedeelte der winstvermeerdering, dat aan een der aldaar genoemde personen ten goede komt, wordt van de uitdeeling aan dien persoon in mindering gebracht (13—14).

1. Deze uitdeelingen worden beschouwd als deel uit te maken van de zuivere winst en komen daarom niet in mindering daarvan, hetgeen met de gewone traktementen en loonen wèl het geval is.

2. Dat het bedrag, aan tantièmes en dergelijke uitkeeringen te betalen, niet in mindering mag worden gebracht, achtten sommige leden onjuist. Het gevolg zal zijn, dat personen, die in privé duizenden ten gevolge van den oorlog hebben verloren, indirect in de belasting zullen bijdragen, zoo hun tantièmes toekomen. Het is onbillijk dat de rechthebbenden op de tantièmes worden achtergesteld, doordien het vrij te stellen bedrag van / 2000.— ten aanzien van de geheele winst van de vennootschap wordt berekend. Ook het deel in de winst dat aan verzekerden als winstaandeel in verzekeringmaatschappijen toevalt, behoorde, naar eenige leden opmerkten, niet door de belasting te worden getroffen.

In elk geval meende men, dat het laatste lid van art. 14 moest vervallen, aangezien het hier eene zaak betreft, waarvan de regeling geheel aan de daarbedoèlde lichamen kan en moet worden overgelaten. V. V. ad art. 14.

Br is geen reden om de tantièmetrekkers en deelgerechtigden in de winst van verzekeringmaatschappijen anders te behandelen dan degenen, die dividend ontvangen.

De ondergeteekende is voorts van meening, dat de Staat zooveel mogelijk moet zorg dragen, dat de van de tantièmes verschuldigde belasting gedragen wordt door hen, die de tantièmes genieten en niet door de aandeelhouders. M. v. A. ad art. 14.

3. Volgens art. 14, eerste lid, worden bij de berekening van de zuivere winst der binnen het Rijk gevestigde naamlooze vennootschappen en andere vereenigingen van personen over een boekjaar, niet in mindering gebracht de uitdeelingen, onder den naam van tantièmes of welken anderen naam ook, aan beheerende vennooten, commissarissen of gecommitteerden, bestuurders en verder personeel, allen als zoodanig.