is toegevoegd aan je favorieten.

Huis en waereld

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Amoelya deed mij nu een allerwonderlijkst verhaal. De kassier had juist gegeeten en was beezig op de veranda zijn mond te spoelen. Het was vrij donker op die plek. Amoelya had een revolver in iedere zak, de eene geladen met leege hulsen, de andere met koogels. Hij was gemaskerd en liet het licht van zijn lantaarn den man recht op zijn gezicht vallen, tegelijk loste hij een los schot. De man viel flauw. Een paar van de wachten, die buiten dienst waren, kwamen hard aanloopen; maar toen Amoelya weer een los schot loste, kroopen ze weg. Toen kwam Kasim, de dienstdoende wacht, hard aanloopen, zwaayend met zijn knuppel. Op hem schoot Amoelya een koogel af en trof hem in zijn been. Kasim, die zich gewond voelde, liet zich vallen en Amoelya dwong toen de chef, die weer bijgekoomen was, om de brandkast te oopenen en hem zesduizend ropijen te geeven. En eindelijk nam hij een van de dienstpaarden en galoppeerde er mee weg een paar mijlen ver. Daar liet hij het dier los en wandelde kalm naar huis.

„En wat had je bewoogen dat allemaal te doen Amoelya?" vroeg ik.

„Er was een dringende reeden voor, Maharaja."

„Maar waarom heb je dan later weer het geld terug willen brengen ?"

312