is toegevoegd aan uw favorieten.

In 's heiligen bureaucratius' rijk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN 'S HEILIGEN BUREAUCRATIUS' RIJK.

99

Haar blijmoedige natuur veerde na de eerste ontgoocheling al weer op, en ze zei:

— Ja, 't is toch maar beter, dat ik nu niet dadelijk behoef te... flirten. Ik ben er eigenlijk te moe voor. Nu voel ik pas, wat een inspanning me dat meedoen heeft gekost.

En nu voel ik pas, herhaalde Boleyn in zichzelf, wat een inspanning 't me kost om met Steffie te spreken. Ik kan 't niet. Ik moet de omstandigheden maar hun loop laten gaan ...

Maar Steffie was veel te opgewonden, om te kunnen zwijgen. Zij praatte druk, terwijl zij zich verkleedde, en telkens ontsnapte haar de naam van Eobert van Claermont.

— Ja, zie je, hij... O, je moet hooren, wat hij... Hoe vind je, dat hij... Hij kan gezellig zijn, heusch. Papa en Mama apprecieeren hem ook zoo... O, Boleyntje ... ik wou dat je er bij was geweest aan de lunch ...

— Geloof je, vroeg Boleyn, en het was of zij met zware moeite de woorden los-maakte uit haar geest, dat... hij ... je ... aardig vindt ?

— Aardig vindt hij me, zei Steffie met overtuiging. Maar dat beteekent op zichzelf nog niet zoo heel veel. Neen, hij moet serieus over me gaan denken... en of. hij dat nu al doet... Maar opeens viel haar de bijzondere uitdrukking op van Boleyn's gezicht, en ze zei:

— Wat is er, kind ? 't Is, of je... O! riep zij met een kreet van ontstelde verrassing, 't is toch niet, dat jij ... jij óok ...

Boleyn sloeg haar oogen neer, en antwoordde