is toegevoegd aan uw favorieten.

Cesar de Melville

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— H7 —

die hij vroeger verkeerd had ingezien, en alles vestigde in hem de overtuiging, dat het koningschap alleen gehaat en ondermijnd werd door hen, die op zijn puinhoopen het volk wilden gaan verdrukken. Hij besloot evenwel niet dadelijk geheel aan den indruk, dien Lodewijks woorden op hem gemaakt hadden, toe te geven, maar eerst na een ernstig onderzoek te besluite», of hij een dienaar der Republiek blijven of voor altijd van haar scheiden zou.

Nadat het verhoor was afgeloopen, werden den Koning op zijn verzoek twee raadslieden toegestaan, waarbij later nog een derde werd gevoegd, om hem in zijne verdediging te helpen. De namen dezer moedige mannen, die hun leven voor hun Koning waagden, staan met onuitwischbare letters in de geschiedenis opgeteekend; zij zijn deMalesherbes, Tronchet en Deseze; de eerste, vroeger een der ijverigste dwaalgeesten, had zijne verkeerdheden ingezien, en, ofschoon nu omtrent 80 jaren oud, was hij verlangend naar de gelegenheid, om door de verdediging zijns konings zijne vroegere misslagen te herstellen. Met de beide anderen werkte hij gedurende drie weken nacht en dag, om eene verdediging samen te stellen, die alle beschulcTu'gingen ontzenuwen moest.

De ongelukkige Lodewijk wachtte den uitslag met eene kalme gelatenheid en een gerust geweten af, ofschoon hij na het eerste verhoor zich reeds van een ongunstig einde overtuigd hield; dagelijks werkte hij met zijne verdedigers en maakte hen met vele zaken bekend, die hun van dienst konden zijn; de weinige oogenblikken, die hem overbleven, besteedde hij om zijn laatste beschikkingen te maken; vroegtijdig maakte hij zijn testament, waarvan hij aan de Nationale Conventie een afschrift zond, en waarin de zuiverheid zijner bedoelingen, de rechtschapenheid van zijn karakter benevens zijne gehechtheid aan de Katholieke Kerk duidelijk uitblinken.

Eindelijk brak de dag aan, waarop de Koning het laatst voor de balie der Nationale Conventie zou gevoerd worden.

Het was de 26 December. Nadat hij, door zijn drie verdedigers vergezeld, de zaal binnengetreden was, begon Deseze met onverschrokken moed de verdedigingsrede, waarin hij aantoonde, dat de beschuldigingen onwaar of