is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederlandsche handelsbrieven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

93

9. Brieven over uitstel van betaling van wissels.

No. 138 (155). De betrokkene heeft om uitstel verzocht. ')

Oude water, 15 Mei 192 . Den Heer A. Helmers, Gouda. Uw remise van

f 892.—, pr. beden op E. M. Stolp, alhier, is door den betrokkene niet betaald. Hij verzoekt om uitstel tot 1 Juli. Wees 'daarom zoo goed mïj mee te deelen, of gij mij vergunt, hem dat uitstel toe te staan. Ik gelóóf, dat daarbij geen gevaar is.

Uw antwoord per omgaande te gemoet ziende, teeken ik

Hoogachtend,

J. Stofberg.

No. 139 (156). Het uitstel van betaling wordt toegestaan.

Antwoord op No. 138.

Gouda, 16 Mei 192 . Den Heer J. Stofberg, Oudewater.

Uit Üw schrijven van gisteren zie ik tot mijn leedwezen, Idat de betrokkene van mijn wissel, groot

f 892.—, pr. 15 Mei, uitstel vraagt tot 1 Juli. Ofschotfn ik geen reden heb, om mijn debiteur daarin ter wille te zijn, heb ik er niets tegen, dat gij den wissel prolongeert, indien gij van oordeel zijt, dat mijn belangen geen gevaar daarbij loopen.

Hoogachtend,

A. Helmers.

1) Wil de houder van een wissel aan den betrokkene uitstel van betaling toestaan, dan moet hij zich daartoe van de toestemming van den trekker verzekeren, want deze alleen kan eigenlijk zoodanig uitstel 'ver* leenen, {onder daardoor een regresrecht te verliezen. Over het bewilligen in een uitstel van betaling kan das slechts briefwisseling gevoerd worden tusschen den houder van den wissel en den trekker, en het antwoord van laatstgenoemde moet dan tijdig genoeg kunnen aankomen, om, ingeval van weigering, den houder in staat te stellen nog intijds te doen protesteeren.