is toegevoegd aan uw favorieten.

Aangename uren : leesboek voor gymnasia, hoogere burgerscholen, kweek- en normaalscholen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

83

en met duizenden phosphorvonken op het dek uiteenspatten. Na elke Btortzee stroomden de blauwachtig opflikkerende lichtpuntjes met de watermassa's over' de planken, om, tegen de boorden opklotsend, borrelend en gorgelend weer door de spuigaten weg te loopen.

En altijd dat ontzettende geraas, zonder ophouden zonder rustpoos, alléén nu en dan nog versterkt en als het ware verdoofd door de plotseling losbarstende donderslagen, die als batterijsalvo's op de door het zwerk vliegende stroomen van weerlicht volgen — altijd die dofdreunende schokken der aanstormende golven, die spookachtig lichtend in de zwarte duisternis voorbij razen.

Tusschen dat alles in klonk nu en dan een gelijktijdig donderend ratelen achter den stoomer en in de machinekamer; — dat was het oogenblik Waarop de, door een diep waterdal van den golfdruk bevrijde schroef, met vliegende vaart doorsloeg en de drijfstangen der cylinders gedwongen waren deze snelle beweging te volgen.

— Het waren moeilijke uren voor de wachthebbende officieren, uren, die zelfs in het zoo wisselvallige zeemansleven een sombere herinnering blijven van bange zorg en zware verantwoordelijk-' heid, — uren, die men nooit vergeet.

Ook de matrozen hadden een zwaren stand en een uiterst gevaarlijken dienst bij het geweldig slingeren en stampen van het schip en bij het eensklaps oprijzen en dan weer onder de voeten wegzinken van het glibberige dek, waarbij zij als knikkers door elkander geworpen werden, en dikwijls genoeg was het slechts de wanhopige greep naar een der overdwars gespannen touwen, die den door eene onweerstaanbare kracht omhooggeworpene van eenen wissen dood in de donkere golven redde. Bibberend en bevend in hunne glimmende, aan hals en polsen hermetisch geslotene oliepakken, waarvan het water in stroomen afruischte, kropen zij vermoeid en verkleumd in een eenigszins voor den wind beschut hoekje bij elkander, om in 't volgende oogenblik ook daar overstroomd en van de been geslingerd te worden. En zoo — uit instinkt van zelfbehoud, zich met de half gevoellooze handen vastklemmende aan alles wat slechts eenig houvast bóod, het gelaat gegeeseld door de rondzweepende schuim- en waterstralen, bijna verstikt door den feilen wind die hun den adem afsneed, verbijsterd en afgemat door overmaat