Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

466

van Batavia bestaat uit Europeanen en Inlanders, de Inlanders wonen in kampongs; de Europeanen in villa's.

Herinnert gij u, hoe wij in den zomer vóór mijn vertrek naar Indië samen naar Den Haag geweest zijn? Met ons zat in den trein een jong Zaankantsch paar, dat in feestgewaad ging dineeren aan het Scheveningsch badhuis en 's avonds in het Bosch naar de muziek der grenadiers wilde gaan luisteren. Zij en wij lieten ons van het spoorwegstation naar den Kneuterdijk brengen, en wij zagen hen aan het rijtuigveer op het Buitenhof, dicht in de buurt, staan loven en bieden met een koetsier, die hen van 's morgens tot 's avonds voor zijne rekening nemen zou. Het rijtuig hunner keus vertoonde nog al wat. Het was een mylord of eene Victoria geweest; en in de sierlijkheid zijner schulpvormige snede, het vooruitspringen van den kap, de stof en het patroon van het bekleedsel, herkende men de overblijfselen van vroegere grootheid. Ook het tuig der paarden zag er vrij knapjes uit; knapper dan de paarden zelve, wier binnenwaarts gebogen knieën en tastbare ribben van meer arbeid en slagen dan haver getuigden. Waarheen wij ons in den loop van dien dag ook begaven, naar het Mauritshuis of de Koninklijke Bibliotheek, naar het Rijks-Archief of het Huis ten Bosch, overal ontmoetten wij dien jongen man en die jonge vrouw in hunne Victoria, en telkens vermaakten wij ons met hunne mislukte pogingen, om nu aan den koetsier, dan aan de voorbijgangers den indruk te geven, dat zij bij het rijden in open rijtuigen grootgebracht waren. In den laten namiddag haalden zij ons in op den Scheveningschen straatweg. De kap der victoria was toen nedergeslagen, en wij hadden het volle genot hunner linksheid. Hij met de handen op de knieën en de elbogen buitenwaarts, zij stokstijf naast hem, met een zakdoek in de eene en een parasol in de andere hand, reden ons voorbij als zoutpilaren, wezenloos voor zich uitstarènd. Welke airs zij zich ook gaven, hij bleef de zoon van een papiermolenaar, zij de dochter van een zaadkooper.

Binnen dezelfde grenzen nu als alle menschen te Batavia equipage houden en den indruk maken daarvoor in de wieg

gelegd te zijn Doch de overeenkomst met het jong en stijf

Zaankantsch paar in hunne halfsleetsche victoria is niet volmaakt. Niets is het, hier beneden. Er worden te Batavia, vele groote en fraaie rijtuigen gevonden, met hemelhooge paarden er voor. De rijtuigen kan men splitsen in betaalde en onbetaalde, tent-

Sluiten