is toegevoegd aan uw favorieten.

Het schoone jaar van Carolus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

filSTE-MARGKIETJESPEEST

91

■figuurkens, de zingende gezichten rood verlicht en hier en daar was er ook wel een jong begijntje dat meedeed. Elk op de beurt danste dwars door 't vuur. 't Klonk overal van:

Keerseken in den lanteern,

Is mijnheer Pastoor ni thuis?

Tc Zou hem gere spreke,

t' Avend in zijn huis.

Ze zegge dat ik ne voddeman ben,

Ze zegge dat ik gee geld en heb,

En 'k zou da' gere wete,

t' Avend in zijn huis.

Of wilder en uitgelatener, met groote, rappe sprongen:

't Is vandaag Margrietjesfeest, Laat ons viere, laat ons viere! 't Is vandaag Margrietjesfeest, Laat ons vieren omter meest!

Op den steenen waterbak der ijzeren pomp op 't hoekje van 't Hemdsmouwken zat een lange ïongen en die speelde viool.

Als Carolus dat gewaar werd, kon hij zich niet meer weerhouden.

„Dat's niet om te bezien, dat 's om mee te Kringen!" zei hij. „Kozijn laat ons dansen!"

En hij nam den Notaris en Anna-Liza bij de hand. De Pastoor trok er Mijnheer Duyvewaert en Nicht Hoogveld bij en voor dat ze 't fijn wisten, stapten ze allemaal zingend rond een vuurroos.