is toegevoegd aan uw favorieten.

Het instinct der onsterfelijkheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

118

HET INSTINCT DER ONSTERFELIJKHEID

En eindelijk dan — zoo berichtte die boodschapper r) daar — had de heraut aldus gesproken: „Ook hij, die het laatst aan de beurt komt, kan, als hij zijne keuze met overleg doet en zich verder inspant, eene levenswijze krijgen waarmede hij tevreden kan zijn en die dus niet slecht behoeft te wezen. Doch aan den anderen kant mag hij die 't eerst moet kiezen volstrekt niet zorgeloos zijn en die 't laatst kiest niet moedeloos.

Terstond nadat de heraut dit gezegd had, trad hij die het eerst 't lot gekregen had naar voren en koos de ergste tyrannie 2). Want door zijn onverstand en begeerlijkheid had hij voor zijne keuze niets voldoende nagegaan en daarom niet opgemerkt dat aan zijne keuze een bepaald levenslot verbonden was: dat hij namelijk zijn eigen kinderen zou verslinden 3) en andere ontzettende misdrijven zou bedrijven. Toen hij nu echter na zijn keus alles nog eens op zijn gemak naging, sloeg hij zich op de borst4) en betreurde die keus smartelijk, omdat hij de waarschuwing van den heraut niet ter harte genomen had. En toch gaf hij niet aan zich zelf de schuld van al dat leed, maar 't lot, zijn geleidegeest en ik weet al niet wat al meer. Ook was hij een van diegenen, die uit den Hemel waren gekomen; in zijn vroegere bestaan had hij in een geregeld bestuurden staat geleefd en had uit gewoonte, niet door wijsgeerige studiën, de deugd betracht. In het algemeen lieten de meesten van deze laatsten zich op een dergelijke dwaasheid betrappen, daar ze nog nooit leed hadden meegemaakt.

Daarentegen deden de meesten van hen die uit den grond 5) kwamen, hunne keuze zonder eenige oppervlakkig-

1) Namelijk: Er.

2) Onder „eene tyrannie" verstonden de Ouden een absoluut koningsschap, dat vaak op groote willekeur berustte.

3) = Zijne eigen onderdanen uitpersen of zelfs dooden.

4) Bedenk wel dat deze rouwbetuiging reeds plaats heelt vóór die mensch het aardsche leven binnentreedt.

6) Namelijk uit den afgrond, uit den put in de Asphodelosweide; dus uit den duizend jaar geduurd hebbenden helletoestand. Dezen hadden zóóveel naarheid ondervonden van de gevolgen hunner ondeugd, dat ze nu wel zoo verstandig waren een deugdzamer levenspad te kiezen.