is toegevoegd aan uw favorieten.

De verborgenheid des geloofs ontsloten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

86

lied wel mogen aanheffen: »Is niet onze zonde groot en zijn niet onze overtredingen oneindig?* Wordt dit niet beantwoord door die letter van Zijn Naam, dat Hij groot van weldadigheid (Eng. Overz. overvloedig in goedheid) is? dat hoewel de zonde in ons meerder geworden is, de genade in Hem nochtans veel meer overvloedig is? Wij moeten bekennen, dat er waarlijk sommigen zijn, die in dien staat verkeeren, dat al hadden zij de eeuwigheid door niets anders te doen dan hun zonden te belijden, zij dat zouden kunnen doen zonder ooit in onnoodige herhaling te vervallen. Het is waarlijk, in zeker opzicht, ontferming, dat wij voor onszelve verborgenheden zijn, want als wij de zeven gruwelen van ons hart en de verborgen werkingen van het lichaam des doods, volkomen kenden, zouden wij gevaar loopen, den dood, ja, de verworging, boven het leven te verkiezen. Zou echter niet een blinkje van die overvloedige goedheid ons bevredigen en den storm doen bedaren?

Het ongeloof spreekt in ons, dat wij al onze eeden en verbonden met God verbroken hebben en dat alle dingen, die wij beloofd hebben, maar als vlas voor het vuur der verzoeking geweest zijn, zoodat wij geen hoop hebben, dat Hij zich ontfermen zal over zulke echtbrekers, die niet getrouw geweest zijn in Zijn verbond. Wordt dit echter niet overvloedig beantwoord uit die letter Zijns Naams, dat Hij groot van waarheid is? hetgeen te kennen geeft, dat al is het, dat wij onszelven Hem ontzeggen, Hij echter getrouw blijft en bevestigen zal, wat Hij eenmaal gesproken heeft. Het is een oneindig zalig voorrecht voor menschen, dat zij, al zijn zij veranderlijk, met een onveranderlijk Wezen te doen hebben.

Een andere tegenwerping is, dat, al zijn al die dingen stof van bemoediging voor sommigen, zij nochtans niet weten, of het lot van eeuwige liefde wel op hen gevallen is en of hun namen wel in den hemel geschreven zijn. Doch dit wordt beantwoord uit die Ietter Zijns Naams, dat Hij de weldadigheid bewaart aan veel duizenden, (Eng. Overz. dat Hij ontferming bewaart voor duizenden) waarin ons wordt aangetoond, dat er een groot aantal is, op wie het lot van eeuwige liefde gevallen is. Al was er geen