is toegevoegd aan uw favorieten.

Godloochenaarswijsheid of eenige gewone opwerpingen tegen het Godsbestaan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

92

ons bestaan is bepaald tot een bepaalden vorm. Wij hebben dus iets boven en buiten ons, wat ons tot bestaan en tot dien bepaalden vorm van bestaan determineert.

Eindelijk wij zijn samengestelde wezens, wij bestaan uit deelen, die uiteraard op allerlei wijzen kunnen samengevoegd worden. Dat ze dus in één bepaalde orde zijn samengevoegd, kunnen ze niet uit zich zelf 'hebben, maar hierin zijn ze afhankelijk van een hoogere kracht.

Nu veronderstelt het bestaan van zulke contingente wezens noodzakelijk ten slotte het bestaan van een noodzakelijk wezen. M.a.w. het bestaan van wezens, die niet uit zich zelf bestaan, veronderstelt noodzakelijk het bestaan van een wezen, dat wèl uit zich zelf bestaat. Immers als alle bestaande wezens contingent waren, hadden ze allen een oorzaak noodig om tot bestaan te komen. Ze zouden derhalve niet bestaan, als er niet ten slotte minstens één wezen, één oorzaak was, die uit zich zelf bestond en al het andere tot bestaan gebracht had.

Na hetgeen we hier hebben vooropgezet, zult ge nu gemakkelijk de volgende redeneering vatten.

Er bestaan contingente wezens, dat is: wezens die den grond van hun bestaan niet in zich zelf hebben, dus niet uit zich zelf bestaan.

Dat is een feit, voor iedereen zichtbaar.

Maar het bestaan van contingente wezens vordert, gelijk we zoo juist hebben aangetoond, het bestaan van een noodzakelijk wezen, m. a. w van een wezen dat den grond van zijn bestaan wel in zich zelf heeft, dus wel uit zich zelf bestaat.