Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

476

een voorbijgaanden bediende toewierp, stapte hij op den kamerdienaar toe, dien hij met een ghmlach op de lippen aansprak.

„Mijnheer d'Artagnan," riep Bernouin, als iemand, die aan een nachtmerrie ten prooi is en slapend spreekt, „mijnheer d'Artagnan!"

„Hij zelf, mijnheer Bernouin."

„En wat komt gij hier doen ?"

„Tijding brengen van mijnheer de Mazarin en zelfs de nieuwste."

„En wat is er dan van hem geworden V'

„Hij maakt het even goed als gij en ik."

„Er is hem dus niets kwaads overkomen ?" i\

„Volstrekt niets. Hij heeft slechts de behoefte gevoeld, een rit door het Be-de-Prance te doen en heeft ons, mijnheer den graaf de la Eère, mijnheer du Vallon en mijl verzocht hem te vergezellen. Wij waren te zeer zijn dienaars om hem zulk een verzoek te weigeren. Wij zijn gisteren*! avond vertrokken en hier zijn we nu."

„Hier zijt gij."

„Zijne Eminentie had iets te doen weten aan Hare Majesteit, iets geheims, iets vertrouwelijks, een zending, die alleen opgedragen kon worden aan een vertrouwd man, zoodat hij mij naar St. Germain heeft gezonden. Als gij dus iets wilt doen, mijn waarde mijnheer Bernouin, dat uw meester aangenaam is, waarschuw dan de koningin, dat ik ben aangekomen, en zeg haar met welk doel."

Of hij ernstig sprak dan of zijn taal slechts scherts was, het was duidelijk, dat d'Artagnan in de gegeven omstandigheden de eenige man was, die Anna van Oostenrijk van haar ongerustheid kon verlossen. Bernouin maakte dan ook geen enkele tegenwerping, om de koningin met deze zonderlinge zending in kennis te stellen en, zooals hij voorzien had, gaf de koningin hem het bevel d'Artagnan oogenblikkelijk binnen te leiden.

D'Artagnan naderde de vorstin met alle teekenen vanj den diepsten eerbied.

Op drie passen van haar af knielde hij en bood haar den brief aan.

Sluiten