is toegevoegd aan je favorieten.

Bijbelsche geschiedenissen voor de jeugd verteld

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

264

tafereel gadeslaat, denkt hij: de Joden zullen wel voldaan zijn, als zjj Jezus zien zóó vernederd, zóó bespot en gesmaad. En Jezus kwam uit, dragende de doornenkroon en het purperen kleed. En Pilatus zeide: „Zie, de mensch!" Hij wilde daarmeê zeggen: Kunt gij uiets deerniswaardigere voorstellen ? Zflt gfl nu nog niet voldaan ? Maar het volk riep: „Neem weg, neem weg! Wfl hebben geen Koning als den Keizer!" Zfl bedoelden den keizer van Rome.

Toen moest Pilatus wel toegeven. Doch, om te doen zien, dat hfl Jezus onschuldig vond, dat hij hem niet zou hebben veroordeeld, liet hfl waschwater brengen, en wiesch zich daarin de handen. Hfl wilde daarmeê te kennen geven: Indien het een zonde is, Jezus van Nazeretb te doen sterven, dan zal het niet mijn zonde, maar de zonde wezen van de Joden. En wat riep toen het volk? „Zfln bloed kome over ons en onze kinderen P Zij namen dus den moord, aan den heiligen en rechtvaardigen Heer gepleegd, voor hunne rekening. Toen gaf Pilatus hem over om gekruist te worden.

HOOFDSTÜK XI. HET LIJDEN DES HEEREN. (Slot).

Voordat wfl verhalen, hoe de Heer gekruist en gestorven is, moeten wfl het schrikkelijk levenseinde mededeelen van Judas. Wfl ontmoetten hem in Gethsemane, en zagen hem verdwijnen, nadat hfl den verradelijken kus had gegeven. Hfl heeft echter zfln Meester niet uit het oog verloren, maar volgde hem van verre, en onder degenen, die den loop der zaak gadesloegen vóór het verblflf van Pilatus, stond ook hfl. Het schijnt, dat hfl had gehoopt: Jezus zal zich niet laten ter dood brengen, maar door zfln wondermacht zich weten te redden; doch als hfl ziet, hoe de Heer wordt bespot, en overgegeven om te worden gekruisigd, krijgt bfl van zfln misdaad een hartstochtelijk berouw. Hfl verfoeit zich zelf; hfl kan dat geld, die 30 zilverlingen, niet langer bfl zich behouden; zfl branden hem tusschen de vingers. Hfl zal tot de overpriesters gaan en hun dat bloedgeld teruggeven. Zoo ijlt hfl tot hen, en roept uit: „Ik heb gezondigd , verradende onschuldig bloed!" Maar die hardvochtige overpriesters hooren hem met onverschilligheid aan. Het was zijn zaak. Zfl hadden afgedaan met hem. En Judas werpt hun het geld voor de voeten; en nu , wat zal hfl doen ? Hjj wil niet langer