is toegevoegd aan uw favorieten.

Heuvellandschap aan de Geul

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Houthem, Oud-Valkenburg, Valkenburg, Schin op Geul, Wijlré, Gulpen, Slenaken, Epen, het zijn alle bekende namen bij de toeristen.Overal zijn er prachtige wandelingen te maken: langs de oevers van Geul en Gulp, over de heuvels met de wijde vergezichten in het golvende Limburgse landschap, door de korenvelden, weiden en bossen. Door de vruchtbaarheid van de löss en door de krijtbodem is de plantengroei er weelderig, terwijl men hier verschillende soorten gewassen aantreft, die in de rest van ons land niet of zeldzaam voorkomen.

Is in verschillende van de bovengenoemde dorpjes ook in het zomerseizoen nog iets van de landelijke rust overgebleven, dit is al vele jaren niet meer het geval met Valkenburg. Dit centrum van toerisme heeft de massa's bezoekers dan ook heel wat te bieden.

Allereerst de uitgestrekte gangen van de Gemeentegrot. Reeds in de Romeinse tijd is men begonnen het krijtgesteente van de heuvels te gebruiken als bouwsteen. In de loop der tijden ontstond hierdoor een doolhof van gangen, die nu onder leiding van gidsen bezocht kunnen worden. In oorlogstijden vonden de omwonenden er wel een toevlucht. In de mergel heeft men dieren uitgehouwen van een vorm, zoals men dacht, dat ze in de Krijtzee hadden geleefd. (Zie ook de Toelichting bij de plaat: „De Sint Pietersberg bij Maastricht").

In een andere grot kan men een nabootsing van een steenkoolmijn bezoeken, terwijl de catacomben van Rome eveneens nagemaakt zijn. Verder treft men in Valkenburg nog een imitatie van de Grot van Lourdes aan. In het Rotspark worden in een Openluchttheater voorstellingen gegeven. Van het kasteel van Valkenburg is slechts een ruïne overgebleven, op een van de hoogste punten is een uitzichttoren gebouwd.

Epen is vooral bekend geworden door de beschrijving, die Heimans in „Ons Krijtland" gaf van de flora, fauna èn geologie van deze merkwaardige omgeving. Hij ontdekte er Carboongesteenten, die hier aan de oppervlakte voorkomen. Later is het bodemonderzoek hier voortgezet door de Rijksopsporing van Delfstoffen, die te Heerlen een Geologisch Bureau vestigde.

Doordat ten behoeve van plaatselijke bouwwerken wel zandsteen werd gewonnen uit groeven in de wanden van het Geuldal, ontstonden daar verschillende ontsluitingen. Dit geschiedde ook in de onmiddellijke nabijheid van de kleine leisteengroeve, waarin Heimans zijn ontdekking had gedaan. Over een flinke lengte is nu hier de dalwand blootgelegd, waardoor in dit profiel het verloop der zandsteen- en leisteenlagen duidelijk zichtbaar is geworden. Het geheel werd een natuurmonument: De Heimans-

7