is toegevoegd aan uw favorieten.

Het pleegkind

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NIEUWE ONDERVINDINGEN.

113

,,'t Wordt leuk, heel leuk, je bent toch een kraan, Frieda!"

„Maar ik kan dat hoekje daar niet naar mijn zin krijgen."

„Gaat er iets niet naar uw zin, Laat uw zin er dan naar gaan."

declameert Fik.

„Ja, daar zou je ver mee komen in de kunst!"

„O, maar jij komt toch weLver, Frieda. Tante Ee is nu al trotsch op haar vondst." Een schaduw trekt even over Frieda's gezicht. Fik merkt het niet en gaat voort.

„Is 't toch niet dwaas dat ik tusschen al die kunstenaarsnaturen leef en toch zoo heel anders ben? Het heeft mij vroeger wel eens gehinderd, maar nu niet meer. Als ik het volgend jaar naar Delft ga en als ik dan kan studeeren voor electrotechnisch ingenieur dan heb ik mijn wensch en precies wat voor mij past... dat is nu mijn illusie. En vader vindt dat nu ook best. Toen ik nog heel klein was, droomde hij van een zoon, die hem op den weg der kunst zou volgen, maar het daarin verder brengen dan hnzelf. Dat was nu eenmaal zoo'n idee van hem, maar hij heeft wel gauw begrepen dat daar nooit iets van kon komen."

„Hoor eens Fik," roept Frieda met vuur, „al had je ook al de talenten van de wereld, dan zou je vader toch niet trotscher op je kunnen zün en meer in je opgaan dan nu." ^101

„Ja, dat is zoo," lacht Fik, „het valt altyd iedereen op dat hij zoo dol op mü is, ik heb daar eigenlijk nooit zoo over nagedacht, 'twas altijd alles zoo natuurlijk, zoo iets dat vanzelf spreekt." En Fik strekt zich weer lui en lek-

Het Pleegkind. g