is toegevoegd aan je favorieten.

Liefde overwint

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

zegen. In den zomer kwamen er handen te kort om den arbeid te verrichten; 's winters werd er een karig weekloon verdiend met het zwingelen van vlas in z.g. kooien of keeten, of met anderen boerenarbeid. De bewoners van het dorp waren eenvoudige lieden, bijzonder gehecht aan oude of voorvaderlijke gewoonten en van geringe ontwikkeling. Het geloof aan heksen, spoken en tooveren tierde er, helaas! welig en vond er een vruchtbaren bodem. De klompendracht was er onder rijk en arm algemeen. Men hield zich daar aan het oude versje: „wie wil worden oud, steekt zijn voeten in hout." Kachels noch fornuizen vond men er; op de ijzeren vuurplaat brandde een takkenbos, vóór de plaat stond de groote ongeverfde tafel. Wat-een verschil nu of vroeger op dat dorp! En toch was het er 's avonds in de eenvoudig gemeubelde huizen niet ongezellig. Om acht uur ging de heele familie 's wintersavonds ter ruste. Bij het zwakke licht eener staande lamp werden de aardappels geschild voor den volgenden dag, dicht bij het vuur zat het jonge volk te luisteren naar het nieuws van den dag, of naar de vertelsels van dezen of genen. Om de beurt werden de buren bezocht; dat ging geregeld ieder jaar zoo. Was er een doode in huis, dan zorgden de buren voor allerlei benoodigdheden. Men stond elkaar bij in nood en dood. Jammer was het, dat de twee herbergiers zulke goede zaken maakten; eiken Zondagavond waren beide drankhuizen zoo goed als vol en zoovele zuurverdiende penningen gleden in de zakken van die twee kasteleins. Den dominé acht-