is toegevoegd aan uw favorieten.

De A.F.C.-ers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nee maar, dat was Kees en Eddy toch te machtig1. Had je nou ooit zulke brani-schoppers gehoord? Zou je zulke kerels nou niet... ?

Kees moest zich uiten, zei ineens, zóó hard, dat de Mulo-jongens het konden hooren:

„Opscheppers!"

Kees had zijn doel bereikt; de Vitessers vatten vuur.

„Zeg, lui," riep Piet Laane, en hij wees naar de vijf A. F. C.-ers, „die kunnen vandaag ook wel naar huis gaan!"

„Ingemaakt worden ze, als augurken!" lachte Jaap Roos.

,A. F. C. gaat op de fiesch. Reken maai van yes!"

zong Breeveld, een lange Vitesser.

„Zingen kunnen we ook nog, wat zeg jullie, lui?" riep Kees lachend en hij zette in — natuurlijk valsch als 'n kraai:

Hop, hop, hop ! Hop, hop, hop! En Vitesse krijgt op zijn kop!

Maar de Vitessers namen het lied dadelijk over met een:

Falderalderaliel Falderalderalie! A. F. C. krijgt op z'n falie!

Wel 'n minuut lang zongen de A. F. C-ers hun: Hop, hop, hop! de Vitessers hun: falderalderalie! toen Kees en Eddy plotseling hun petten in de lucht gooiden en als bezetenen schreeuwden:

„Hup, A. F. C! Hoera, A. F. C!"

Ze hadden naast de tribune de bekende witte truien en korte blauwe broeken ontdekt.

Daar kwamen ze aan, achter elkander, alle elf.

Nee, wat was dat? het waren er maar tien! Dolf

05