is toegevoegd aan uw favorieten.

Reizen en lotgevallen van Kapitein Hatteras

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88

KAPITEIN HATTERAS.

„Uwe bedreigingen jagen ons geen schrik aan ! antwoordde Pen onbeschoft; „we zullen niet verder gaan!"

Shandon trad op zijn oproerige matrozen toe, toen de bootsman hem influisterde :

„Kommandant! als we hieruit willen raken, hebben we geen minuut te verliezen. Daar dringt een ijsberg in het vaarwater; hij kan den geheelen uitweg verstoppen, en ons gevangen houden."

Shandon ging den toestand verkennen.

„Later zult ge mij rekenschap van uw gedrag geven," zeide hij, •zich tot de muiters keerende. „Wenden !"

De zeelieden ijlden naar hun post. De Forward manoeuvreerde snel; de fornuizen werden vol kolen gestopt; het kwam er op aan het in snelheid van den drijvenden berg te winnen. Het was een worsteling tusschen de brik en den ijsberg; de eerste liep naar het zuiden om voorbij te komen, de andere dreef naar het noorden en stond op het punt den doortocht te sluiten.

„Stookt! stookt!" riep Shandon, „volle ^kracht! Versta je me, Brunton ?"

De Forward gleed als een vogel tusschen de losse ijsschotsen door, die haar steven met kracht doorkliefde; de romp van het vaartuig trilde onder de werking van de schroef, en de manometer teekende een verbazende' spankracht van den stoom, die met een oorverdoovend schel geraas ontsnapte.

„Belast de veiligheidskleppen!" riep Shandon.

En de machinist gehoorzaamde op het gevaar af van den ketel te doen springen.

Maar die wanhopende pogingen zouden te vergeefs zijn; door een onderzeesche stroom medegesleept, liep de ijsberg snel naar het vaarwater; de brik was er nog drie kabelslengten van af, toen de berg als een hoek in de open Ruimte schoof, zich vast 'verbond aan zijn buren en den uitweg sloot.

„We zijn verloren !" riep Shandon, die dat onvoorzichtige woord niet kon weerhouden.

„Verloren !" herhaalden de schepelingen.

„Bergt u !" riepen eenigen.

„Brengt de booten in zee !" riepen anderen.

„Naar de kombuis !" riepen Pen en sommigen van de troep, „en moeten we verdrinken, laat het dan in de jenever zijn !"

De wanorde steeg ten top onder die mannen, die alle teugels afschudden. Shandon gevoelde zich vermand ; hij wilde bevelen geven ; hij stamelde, hij aarzelde, hij kon zijn gedachten niet geregeld uitdrukken. De dokter liep onrustig op en neer. Johnson sloeg bedaard zijn armen over elkander en zweeg.

Daar hoorde men eensklaps een sterke, zware en gebiedende stem deze woorden spreken :