is toegevoegd aan uw favorieten.

Pietje Bell, of De lotgevallen van een ondeugenden jongen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

92

stelling en geen tijd overhield voor 't versje. Dus wou moeder het hem nü nog maar even helpen leeren en vroeg ze, waar het versje gebleven was. Pietje kon onmogelijk zeggen, waar het op dit oogenblik was, want hij had het den vorigen Zondag op de ruit van een winkel geplakt, wat vreeselijk grappig was, omdat de voorbijgangers het allemaal lazen, denkend, dat het een telegram was. Moeder vond dat erg ondeugend, want nu kreeg hij natuurlijk geen kaartje-van-goed-gedrag. Dat vond Pietje ook jammer, want hij had al een leeg sigarenkistje klaargezet om er al de kaartjes in te doen. En er was er nog niet één ingekomen, hoewel hij al viermaal naar de Zondagsschool geweest was. \

Moeder hoopte nu maar, dat hij van heden af beter zou oppassen en het versje netjes meebrengen. Hij moest goed luisteren naar Jozef Geelman, die vandaag voor het eerst als meester op de Zondagsschool kwam. Pietje moest maar een voorbeeld aan hem nemen.

„Wat is een voorbeeld, moeder?" vroeg Piet.

„Wel, dat is ... iemand, die je precies moet nadoen, omdat alles, wat hij doet, zoo goed is."

Pietje besloot dus een voorbeeld te nemen aan Jozef Geelman.

Hij kende natuurlijk bij het overhoor en zijn versje niet en toen zei de juffrouw, dat hij nooit meer mocht terugkomen als hij de volgende week zijn versje .niet prompt kende.

Dat vond Pietje heelemaal niet erg.

Toen ging Jozef Geelman in den spreekstoel staan en zei op vriendelijken toon: „Lieve kinderen!" Pietje Bell ging ook staan en riep: „Lieve kinderen!"

Verbaasd keek Jozef hem aan. „Wat beteekent dat?" vroeg hij. En Pietje weer: „Wat beteekent dat?"

„Wil jij je mond wel eens houden!" stoof Jozef op.

Pietje zei het hem precies na!

„De deur uit, marsch! En nooit meer erin!"