is toegevoegd aan uw favorieten.

Hein Stavast

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

90

Hein zette 't diertje op den grond, dat met groote sprongen in de richting van Suus huppelde. Met een gil van schrik slóeg Suus op de vlucht, wat Hein deed schaterlachen. Hij holde zijn dappere nicht achterna en had haar in drie tellen ingehaald.

„Je kunt toch wel stevig tippelen, hoor!" voegde hij haar goedkeurend toe, „maar je moet niet zoo bang wezen voor zoo'n klein diertje."

„Is hij weg?" vroeg Suus, angstig over den weg turend.

„Maak je maar niet benauwd, die zit al lang weer in den greppel. Kijk, daar zijn we al aan 't dennebosch. Mooi is 't hier, hè? Haal eens diep adem, snuif die geur eens op! Dat hebben jullie in Amsterdam niet, hè?"

Suus deed, wat Hein zei, en ze genóót. Neen, zooiets gaf de groote stad niet te genieten. Hein maakte haar opmerkzaam op allerlei vréémde insecten, die ze in het eerst wel wat griezelig vond, maar waar ze later toch meer belang in stelde, omdat ze er veel van gelezen en geleerd had in haar studieboeken.

Hein wees haar verschillende vogeltjes aan, waarvan ze niet eens wist, dat ze bestonden. Hij kreeg er schik in, om Suus in de geheimen van 't dennebosch in te wijden, en Suus toonde in alles een steeds grooter wor* dende belangstelling. Ze liep al luisterende en vragende wel eens tegen een boom aan, waardoor haar lichtsrose jurk een groene vlek kreeg, of haar parasolletje bleef haken aan een uitstekende tak en een scheurtje bekwam, maar Suus was zóó ingepalmd door al het heerlijke en genotvolle, dat het bosch te aanschouwen gaf, dat ze — misschien voor de eerste maal in haar leven — niet aan haar „toilet" dacht.

Ongemerkt voerde Hein haar naar de beek, waar de anderen hem zouden opwachten.

„Kijk!" riep Hein opeens, „daar heb je de jongens en