is toegevoegd aan uw favorieten.

Hollandsche jongens

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

88

zei de man beleefd en tikte aan zijn pet.

De jongens proestten het bijna uit van de pret, maar één wenk van Johan was voldoende om hen stil te houden.

Toen de veldwachter vér genoeg verwijderd was, * barstten de jongens in lachen uit.

„Nee maar, die was goed!" brulde Flip en duikelde van plezier over zijn hoofd.

„Nu kun je net eens zien, hoe bang hij voor den burgemeester is!" zei Johan lachend.

„Een kostelijke grap!" vond Willem Felsing. „Maar gij-misdadigers, schaamt gij u niet aldus een veldwachter te bedriegen ?"

»Ik hoop dat nooit Hermandads zwaard, «Uw zondig harte zal doorboren!»

declameerde hij daarop.

„Bravo!" lachte Flip. „Hoofdman, ik stel voor onzen Willem bij Koninklijk Besluit tot club-dichter te benoemen."

„Aangenomen! Leve de clubdichter!" riepen de anderen.

Willem maakte een komisch-deftige buiging en sprak:

«Mijn vrienden, ik ben hóógst voldaan! Doch laat ons nu naar huis, toe gaan.'g

„Goed!" besloot Johan. „Vooruit jongens, van 't hek af, de sloot over en terug!"

In een wip waren de jongens weer op den weg en op verlangen van Heinrich, die het „Wien Neerlandsch bloed" zoo móói vond, zongen ze dit volkslied driestemmig.

Het klonk zóó mooi, dat de hongerige musschen op