is toegevoegd aan uw favorieten.

Jaepie-Jaepie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III

een grafstem, die allen aan het lachen maakte, want natuurlijk werd het werk gestaakt en keek ieder naar de beide jongens, nieuwsgierig naar den afloop.

De Groote Bengel staakte zijn pogingen om zich uit die omarming los te maken, en zeide:

„Als je zoo sterk niet was, zou ik zeggen, dat Dolf Gravenstein achter me stond."

„Neen, geen Wolf Kraeiestein!" riep de vreemde, die niet goed verstaan had, wat Engel zeide, natuurlijk tot groot vermaak van de anderen.

,En Cor Slung ben je ook niet, want die zie ik staen!" riep Engel lachend. „Je moet je vingers beter dicht houden!'

„Neen, geen Slungel ook!" klonk het terug, welk antwoord de vroolijkheid ten top deed stijgen. Maar door het gelach vergat de vreemde met eene veranderde stem te spreken, waardoor hij verried, wie hij was.

„Neef Jaep! Jaep de Wit, oyt Alkmaer!" riep Engel plotseling uit.

„Al weer mis. Niet Jaep de Wit, maar Jacob Gerard de Wit, je neef uit Alkmaar!" sprak de