is toegevoegd aan uw favorieten.

Mathilde, of de dochter van een kermis-komediant

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84

zien. Stillekens weg te sluipen was mijn voornemen. Maar er kwam iets tusschen; mijne moeder werd bij eene zieke tante, die een uur van ons woonde, geroepen. Voor zij wegging, zeide zij tot mij: „Dien, gij zult wel goed op Martha en uw broertje passen?" — Ik zeide: „Zeker, Moeder!" Mijne wangen begonnen te gloeien; ik meende dat Moeder dit merken zou, maar neen, zij kuste ons allen en ging heen. Ik keek haar na, tot zij verdwenen, was en toen trok ik mijn beste kleeren aan en vloog als een pijl uit den boog de deur uit." — „En wat deed gij met Martha en uw broertje?" vraagde Mathilde; „hebt gij die ook medegenomen?" — „Neen, dat is het ergste," sprak het meisje ; „ik verliet ze — mijn broertje legde ik in de wieg en zeide tot Martha, dat zij goed oppassen moest; toen plaatste ik de tafel voor den haard, sloot het huis dicht en legde den sleutel in het vensterkozijn buiten! Ach, ik dacht, dat ik in een wipje zou terugzijn. Inde stad kwam ik den stoet, die zijn gewonen tocht door de straten deed, tegen; ik dacht, dat al die mannen en vrouwen in het goud en zilver koningen en koninginnen waren. Ik keek mijne oogen uit; ik volgde den stoet door de geheele stad, en toen ik op de plaats kwam, waar de aanzienlijke lui in het spel verdwenen, hoorde ik het. tot mijn schrik op de stadhuisklok vijf uren slaan. Ik wist, dat mijn moeder nu thuis was en dat er voor mij wat zou opzitten. Niet wetende wat te doen, drentelde ik eenige malen om het spel en bezag de prachtige wagens. Terwijl ik zoo stilstond, kwam er een oude heer naar mij toe en begon met mij te spreken. Hij vraagde, of ik dat alles niet mooi vond en wat er mij wel het meest van beviel. Ik zeide: die in goud en zilver gekleede dames, welke daar op den wagen reden. — „Zoudt gij ook wel