is toegevoegd aan uw favorieten.

Frits de jager

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 90 —

„Op, op!" piepte Fijn-van-Haar, die opeens lenigheid voelde in haar ledematen, en zij wekte de slapers. „We zijn bijna door een das, die hier is geweest opgegeten," deelde ze hijgend van ontroering mee.

„Waar, waar?" riep Weetgraag, wiens eerste gevoelen nieuwsgierigheid was om een das te zien.

„Weg, weg!" riep Hinkepoot en huppelde,zoo goed als hij kon, weg en wel juist in de richting, die das en hond genomen hadden.

„Hoe ruikt zoo'n dier?" informeerde Stompneusje snuffelend.

„Dan wordt het hier gevaarlijk", liet bedaard het kalme Zwartsnuitje hooren.

„Weet je waf', raadde Bijdehandje afdoende aan, „we keeren voor het oogenblik terug naar ons hol."

Het voorstel werd met meerderheid van stemmen aangenomen, en aangevoerd door Bijdehandje sloegen de konijntjes den weg in, dien ze meenden dat naar hun hol voerde.

Het was niet de goede weg. Bijdehandje verdiende ditmaal zijn naam niet. In plaats van zijn gezelschap naar het hol terug te voeren leidde het konijntje de vijf andere in een tegenovergestelde richting. Toen het avond was, hadden ze hun woning nog niet teruggevonden. Ze waren allemaal moe en Hinkepoot was doodop, alhoewel Stompneusje hem het laatste half uur moedig op haar rug had laten paardrijden.

„ Ik—ik kan niet meer", hijgde de arme Hinkepoot, „ik—ik ga dood".

De vijf andere konijntjes stonden met hangende ooren en staarten moedeloos om hem heen.