Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

363

i662 Mei 30

et D.D. ad tit. Inst. de nupt.) — dewyle daertegen dient, dat uyt krachte van 't huwelijc de waraghtige affiniteyt van de conthoralen hinc inde d' een soo wel als d' ander te competeren, door interpretatie ende extensie wert verstaen, gelijc hier vooren is te sien.

Sonder dat mede ten tweeden obsteert, odiosa non esse extendenda, gemerckt een resolutie dienende tot conservatie van de goddelycke ende burgerlycke wet, ende voorkominge van scandael en aenstoot, mitsgaders maintenue van de publycke eerbaerheyt, niet odieus, maer seer favorabel is. At favorabilia, quantum fieri potest, extendenda, dictant iuris regulae.

Dat nu autem ten derde soude werden geobiicieert, dat alsulcke huwelycken, noch by de goddelycke, noch by de civile wetten, ende voorall mede niet by de pohtycke ordonnantie souden wesen verboden: 't selve is abuys. Want gepresupponeert sijnde, dat de prohibitie inter afEnes, ratione affinitatis, wert gereguleert naer de prohibitie inter consanguineos, ratione consanguinitatis, gelijck hier te voren mede is gededuceert, soo staet vast, dewyle die regel plaets heeft en ten opsicht van 't goddelycke, wereltlycke ende canonycke recht, ende dat de pohtycke ordonnantie achtervolgens Godts wet is gemaeckt, dat oock naer alle die voors(eyde) rechten, ende bysonderhc mede volgens de pohtycke ordonnantie moet werden verstaen, 't huwelijc in quaestie te wesen geimprobeert. Aengesien volgens de goddelycke text, in casu consanguinitatis, Levit(icus) 18 vers 16, wel duydehjc wert geseyt — (ghy en sult de schaemte der huysvrouwe uwes broeders niet ontdecken etc.) — soo is 't dan onmogelijc, dat de voorn(oemde) Jan Florisse met de voorn(oemde) Stijntje Pieters door huwelijc soude kunnen werden 'verbonden. Aengesien uyt cracht van affiniteyt, de voorn(oemde) Jan Florisse een broeder is geweest van de "broeder van sijn huysvrouwe, ende dat oversulcx de huysvrouwe van sijn huysvrouws broeder sijnde Stijntje Pieters voornoemt — (vermits die verbintenisse tusschen man en vrouw) — oock voor sijn suster te houden is, ende dat mitsdien soude moeten werden verstaen, indien dit voors(eyde) huwelijc

Sluiten