is toegevoegd aan uw favorieten.

De geschiedenis van het Socinianisme in de Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

103

de geschiedenis der Reformatie, beriep zich op de Groot, toen hij in „Twee godgeleerde verhandelingen over de vrijheid des geloofs, alsmede over de Socihianerij", zocht aan te toonen, dat het Socinianisme de grondwetten van het Christendom omverwierp Uit een brief van Grotius aan Walaeus 2), haalde hij daartoe de volgende woorden aan: „Samosatenianos autem, et si qui sunt similes (i.e. Sociniani), non modo Christianorum, sed nee hereticorum nomine dignor. Quae enim ipsi docent cum universali omnium aetatum atque gentium fide pugnant, et Christianitatein, quantum ego intelligo, nomine retinent, re destruunt. Itaque hos a Mahumetistis non longe separo, qui ne ipsi quidem, Jesu maledicunt". En aan „Grotii Pietas Ordinum Hollandiae et Westvrisiae" ontleende hij de uitspraak „dat er geen slimmer en schadelijker vergif was als de Socinianerij" \ en dat de Groot „Socini scripta perpeluis tenebris dignissima" had genoemd De naam van Grotius was daarmede gezuiverd. Men sprak niet meer van zijn verkapt Socinianisme, sinds in het midden der 18<k eeuw de gemoederen op dit punt zoo goed als geheel tot kalmte waren gekomen. Maar vóór de tijd aanbrak, waarin het Socinianisme van het tooneel verdween, omdat het zich had opgelost in allerlei kringen, moesten er nog lange jaren verloopen van strijd met de kerkelijke en politieke machten.

In den boezem der Gereformeerde Kerk vinden wij, vóór i de dagen der Dordtsche Synode, buiten diegenen op wie j wij in dit hoofdstuk de aandacht hebben gevestigd, nauwe- ) lijks nog een enkele meer, op wien de verdenking van I

») Zie Hoofdst. II, afd. 2, § 1 bl. 97. Deze twee Verhandelingen, uitgegeven ter gelegenheid van zekere Deductie van Friesche Doopsgezinden, Groningen 1741, 4°, bevinden zich op de Doopsgez. Bibl. te Amsterdam, sub. 840 D. 2 (Stukken betrekk. J. Stinstra).

l) Opera Walaei III p. 399.

3) Grotii Pietas p. 3.

*) Grotii Pietas p. 63.