is toegevoegd aan je favorieten.

De gemeene gratie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET HUISGEZIN. 2.

305

ellende. Hier heerschen het Kannibalisme, de herfst-rooftochten waarin de ééne stam den anderen uitmoordt, de meest dierlijke wellust, het menschenoffer als destijds in Tombuktu, de slavernij in haar gruwelijksten vorm. Van hoogere ontwikkeling is hier geen spoor, noch in de staatsinrichting, noch op wetenschappelijk gebied, noch in de kunst. En hoe hoog ook de Zulu's onder deze negers mogen staan, toch is ook hun leven den naam van menschelijk leven, naar onze opvatting, nauwlijks waard. Welnu, waar zulke toestanden het menschelijk leven beheerschten, daalde het Gezinsleven tot steeds lager peil, en al zijn de grondtrekken van het Gezinsleven ook bij deze volken nog altoos herkenbaar, toch zijn schier alle trekken van dat Gezinsleven, de verhouding van man en vrouw, van ouders en kinderen, van broeders en zusters onderling, er soms tot onherkenbaar wordens toe vervalscht. Ge ziet nog een caricatuur van wat het Gezinsleven zijn moet, maar het wezenlijk Huisgezin ontbreekt schier geheel. — Heel anders daarentegen vindt ge het Gezinsleven in Azië, vooral in die streken, waar de veelwijverij nog niet doordrong; en nóg hooger vorm vertoonde het bij de Romeinen in hun bloeitijd, bij de Kelten, bij de Germanen, kortom, bij die volken, die dragers waren of worden zouden van de algemeene menschelijke ontwikkeling. Vooral zoo lang deze volken in hun eenvoud van leven volhardden, en de weelde nog niet vernielend binnendrong, vindt ge bij hen een wezenlijk Gezinsleven, dat soms tot op benijdenswaardige hoogte trouw, kuischheid en aanhankelijkheid vertoonde. Een keerpunt kwam hierin eerst, toen de voorspoed en weelde brooddronkenheid deed opkomen, en met name onder de keizers van Rome nam het zedebederf zoo hand over hand toe, dat de wettelijk in stand gebleven vormen van het officieele Huwelijk, tot een belaching werden. — Eerst door den invloed van de Christelijke religie is toen ook bij deze hooger aangelegde en rijker ontwikkelde volken het Huisgezin tot die fijner en edeler existentie opgeklommen, die nu nog voor alle gedoopte volken de zenuw van hun nationale kracht is. Hoe hoog ook het Gezinsleven in het Rome der Republiek stond, toch wordt ook dit Romeinsche Huisgezin geheel in de schaduw gesteld door wat het Christelijk Huisgezin ons thans met name onder de volken varo Noord-Europa en Amerika te aanschouwen geeft.

En evenzoo staat het met deze drie categorieën, naar de sociale onderscheiding, in het Christelijk Europa. Ge vindt in de achterbuurten van onze groote steden dusgenaamde gezinnen, waarin man en vrouw ongehuwd samenleven, of ook gehuwd zijnde, telkens burengerucht maken door hun getwist en gekrakeel, zoo niet door geregelde mishandeling en vechtpartijen. Ouders die hun kinderen verwaarloozen, voorgaan in allerlei ondeugd, op straat laten verwilderen, mengen in het slechtste gezelschap, misbruiken voor geldverdienste (de moeder niet zelden haar eigen dochter) en ze mishandelen op den koop toe. Evenzoo broeders

Gemeene Oratie UI 20