is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der Luthersche Kerk in de Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

102

VAN DE EERSTE SYNODE TOT DE SCHEURING.

blz. 86, 87 een overzicht, waarbij hij Pfeiffer's werk zeer gunstig beoordeelt en van hem zegt: „Hij wordt door weinigen uit dien tijd „overtroffen". Over de kerk zelf handelt een artikel iniV. Bijdr., III, 1—35: De oude kerk der Evang. Luth. gemeente te Amsterdam. Zie verder: Meyer, Luth.'s volgelingen te Amst., blz. 83, 84 en De Wachter, 1915, 134—137.

Paulus Cordes, geboren te Hamburg in 1613, als proponent beroepen te Amsterdam in 1641, emeritus 1670 en overleden in 1674, wordt door Domela Nieuwenhuis geprezen om zijn „onderhoudende" wijze van preeken (zie Amst., 77—79; Bijdr., VII, 23), waarbij hij aan zijn leerredenen door soms niet onverdienstelijke versjes afwisseling gaf. Dat hij drie preeken hield over een lied van Nicolaï acht Hartog echter (Predikk., 259) „eene „honületische zonde van de ergste soort". Ook gaf hij nog een Bibelse Catechismus-School (Amst. 1673), die meermalen herdrukt is (Bijdr., 1,52,53).Vgl. over Cordes nog Biogr. Wdb., II, 250,251.

Een geleerd man was Elias Taddel, geboren te Rostock in 1601, eerst predikant (1630), daarna professor aldaar (1640), van 1643 tot zijn dood in 1660 predikant te Amsterdam (gedeelten uit zijn beroepsbrief: Amst., 80, 81). Hij schreef, behalve een lijkrede op A. Visscher (Amst. 1653): Catechismus D. Martini Lutheri, door klare Spreucken heyligher Schrifture ende eenige vragen, tot beter verstant des selven dienende, bevestigd ende voorgestelt (Amst. 1649), waarvan een breedvoerig overzicht voorkomt in Bijdr., I, 46—51. Zie verder: Amst., 79.

Adolf Visscher, zoon van den Amsterdamschen predikant A. Fisscher, geboren in 1605 en van 1629 tot zijn dood in 1652 predikant te Amsterdam, is vooral bekend geworden, omdat hem in 1646 werd opgedragen, Luther's Hoogduitschen Bijbel in het Nederlandsch te vertalen. Na den Liesveldtschen Bijbel (zie boven blz. 21), werd de Luthersche Bijbel, die herhaaldelijk door Luther zelf veranderd en verbeterd is, naar de editie van 1554 — grootendeels een herdruk van de laatste, door Luther zelf hierziene uitgave van 1545 — wederom in 1558 vertaald en uitgegeven door Mierdman en Gheilliaert; eene bijna woordelijke herdruk verscheen in 1560 te Emden bij Nicolaes Biestkens, waarbij voor