Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verklarende

en de tucht van het krijgs- en zeevolk. Avecl winterkoolzaad. Avewijs onwijs, verkeerdelijk wijs.

B.

Baender, boenen gebruiker, gebruiken van bouwland.

Baerd 33, 185 damplank. V,

Bailliu rechterlijk ambtenaar, die bij de rechtspraak het landsheerlijk gezag vertegenwoordigt.

Bast touwwerk, dienende om over de naden van twee tegen elkandersluitende planken te leggen. Vgl. het bestek eener houten sluis in den Oranjepolder onder Biervliet (18 Nov, 1617) art. 17:... ende alle de plancken, die sullen ko men op de slaghgebinden sullen gemest (lees: gemost) ende geterret worden over pladt ende over kant, ende men sal alle de naeden van het deksel en weegers callefaten drij voeten voorbij het versche slachgebind ende met basten daerover genagelt, ende daerover van het eene eijnde tot het ander tingelen met tingels van 4 duijmen breet"; alsmede het bestek van een sluis in de dijkage van Bonavontura bij Puttershoek van 10 Juli 1591 (Algem. Rijksarchief, aanwinsten 1900, XXXII, 3) art. 28: „noch sal men die twee slachgebijnden ende schoffgebijndt rontsom, soo wel dexels als weegers, wel tarren ende mossen ende wel vast genagelt op de stijlen, ende boven in de spont van den voorseijden slachbalcken ende van binnen rontsom dvoorseijde slachgebijnden ende schoffgebijndt well dicht drijven ende tingelen met bast ende loede (d. i. looden) tingelen daerover, alles werckelijck dat het

. water ende wint houden zall." Bastaertdam secundaire dam van geringer afmetingen dan de hoofddani (kruisdam) en loodrecht op dezen staande. V. Baxlaertduijckeldam, bastaertduijckeldammeken 15 denkelijk hetzelfde als bastaertdam, zie dat woord. V. Basten de naden met bast, touwwerk

beleggen, tingelen. Bednjff 64, 76, 90 rechtsmacht; 280 be-

woordenlltst,

421

stuurder, opzichter. Bedrive bestuurder, opzichter, Bedwingen dwingen, noodzaken. Beeren te keer gaan, geweld maken. Begaen bij iets komen. Beganckenisse ommegang voor de schouw

of inspectie. Begressen met gras begroeien. Behalven ter zijde.

Beharnusschen (van een dijk) bekleodon. Beijntel beitelschip of zoogenaamde

Keulsche aak. Becomen, becommen 163, 174, 198, 249,

349 bij iets komen, bereiken; 354 te

hulp komen ? Becrachtigen overweldigen. Becrammen zie crammen. Becroon beklag.

Belaeden zijn 161 zich bezwaard gevoelen ?

Beloop glooiing.

Beoorberen benuttigen.

Beprouven ondervinden.

Berd 249 denkelijk een houten model. Vgl. de penningmeestersrekening van den polder Kruisland bij Steenbergen over 1570/71 (Algemeen Rijksarchief, Nassausch domeinarchief n°. 3570) „van dat bij ordonnantie van den dijekgraeve betaelt is aen Hans Wilicx, vorster van Steenbergen, die tot Antwerpen aen de ingeniariën gereijst was omme die patronen ende benleren dienende tot tbesteden van der nieuwer steen(sluij3e) te haelen enz."

Berderen van planken.

Bereije berrie, draagbaar.

Bereijvjerck 64, 65, 76 gebied, terrein van hot in te dijken land? Het woord komt ook voor in den vorm van beriwerek in het octrooi van bedijking van den polder Westland en St-Ontcommers onder Steenbergen, uitgegeven door Jan van Polanen en Hendrik van Boutersem, heer van Bergen op Zoom, op 1 Mei 1376 (Algem. Rijksarchief, Nassausch domeinarchief n°. 3572) „ende vielt dat eenen aerbeijdor binnen den voirseijden lande ende sinen beriwereke enich ghebreek hadde aen ijemende van sinen arbeijde, die sal die voirseijde dijckgrave

Sluiten