Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen ik de bewerking der Zeeuwsche keuren op mij nam, moest daaraan nog alles worden gedaan. Uit de nalatenschap van den Leidschen hoogleeraar Fruin ontving ik niet anders dan een exemplaar der gedrukte keur van Zeeland van Philips den Schoone, een afschrift der Hollandsche en Fransche vertalingen van de keur van Florens den Voogd, een vergelijkenden staat van de nummering van de artikelen in de vertalingen en in de origineele Latijnsche keur, een overzicht van den inhoud van het diploma van 18 Juli 1454 een brief van L. P. C. van den Bergh over de lezing van een paar woorden in de Fransche vertaling van de keur van Florens den Voogd en een uitvoerig schrijven van J. P. van Visvliet met bijlagen, waarin deze mededeeling doet van een fragment van eene onbekende keur van 1405 en een uit de Zeeuwsche rekeningen geput overzicht geeft van de pogingen, aangewend om eene in 1453 ontworpen keur te doen uitvaardigen. De beide laatste stukken, zonder twijfel de belangrijkste der verzameling, waarom dan ook het bestuur er in de boven aangehaalde plaats de aandacht op vestigde, leverden echter bij nader onderzoek niets dan teleurstelling op. Wat de pogingen aangaat, om ten tijde van Philips den Goede eene nieuwe keur in te voeren, het is mij, zoo ik meen, gelukt deze zaak eenigszins op te helderen2). De ontworpen keur is en blijft echter verloren. En wat de keur van 1405 aangaat, het stuk, dat daarvoor werd uitgegeven, voorkomende in een op het Rijksarchief in Zeeland berustend register van keuren en privilegiën van Tholen, Schakerloo en Vossemeer, is bij nader inzien gebleken eene voor privaat gebruik opgestelde compilatie van verschillende rechtsregels en rechtsgebruiken te zijn, die alleen daarom voor eene grafelijke keur is aangezien, omdat de aanhef luidt: Datum in Haga anno 1405 per comitem Wilhelmum. Dit opschrift schijnt echter alleen betrekking te hebben op de eerste drie artikelen, die aan de keur van graaf Willem III voor Beoosten Schelde3) zijn ontleend. Hoe het komt, dat deze artikelen op het jaar 1405 zijn gesteld, heb ik hierna 4) trachten te verklaren.

1) Zie het stuk in zijn geheel hierachter sub D II.

2) Zie hierna blz. XIII vlg.

3) Zie dit stuk hierachter sub C III. Dat dit fragment aan de keur voor Beoosten Schelde, niet aan die voor Bewesten Schelde ontleend is, blijkt uit de redactie van art. 19.

4) Blz. XII noot 2.

Sluiten