is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedkundige atlas van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IOÓ

diakens langzamerhand tot een bron van zekere inkomsten was geatrophiëerd. Iets dergelijks vinden wij, wat de territoriale indeeling betreft, ook bij de decanaten, doch, voorzoover ik heb kunnen nagaan, alleen bij Oudmunstér. Niet slechts dat, in lijnrechte tegenspraak met het beginsel van de geheele instelling der decanaten, de parochie Driel van 1464 af een afzonderlijk decanaat vormde 1), meestal door den pastoor onder den titel van commissarius bekleed, en dat omstreeks 1531 ook Bodegraven op dezelfde wijze tot een afzonderlijke „jurisdictie" werd verheven 2); nog sterker is dit, dat zelfs de „clandestina de Haestrecht", d. w. z. de aan de kerk te betalen boeten voor de aldaar gesloten geheime huwelijken, sedert 1488 een afzonderlijk „decanatus" vormden3)! Dit kan natuurlijk niets anders beteekenen dan dit, dat die inkomsten aan den deken van het Magnus Decanatus werden onttrokken en aan een anderen geestelijke (natuurlijk niet voor niets) ter inning werden opgedragen. Een en ander wijst er d. m. duidelijk op, dat ook het ambt der dekens in casu geatrophiëerd was tot een bron van zekere inkomsten, en het moet alleen verwondering wekken, dat dit niet een veel ingrijpender invloed op de decanaatsindeeling heeft gehad. Deze was in het midden der 16e eeuw een vermolmde antiquiteit.

1) Deel I 312

2) Ib. 313.

3) lb. 3«-