is toegevoegd aan je favorieten.

De reizen van Abel Janszoon Tasman en Franchoys Jacobszoon Visscher ter nadere ontdekking van het Zuidland in 1642/3 en 1644

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

170

Aldus gedaen en gearresteert int Casteel Batavia datum als voren; was geteeckent Antonio Van Diemen. Justus Schouten. Cornelis Van der Lijn. Salomon Sweers. Joan Maetsuijcker. Pieter Mestdagh, Secretaris.

BIJLAGE M.

Instructie voor den Schipper Commandeur Abel Jansen Tasman, den Schipper Piloot May oor Frans Jacobsz Visscher en den Raet van de Jachten Limmen, Zee-Meeuw ende t' Quel de Brack, gedestineert tot nader ondeckinge van Nova Guinea, en de onbekende Custen van de ondecte Oost en Suijder landen mitsgaders de Canalen en Eijlanden, daer door en ontrent gepresumeert.

Hoe tot vergrotingh, venneerderingh en verbeteringh van de Nederlandsche Oost-Indische Compies Stant en Commercien in Orienten op d'expresse bevelen van de Heeren Maijoores, bij de successive regenten van Indiae, di versche malen ij verlij ck is getracht, het grote landt van Nova Guinea, en andere onbekende Oost en Suyder landen tijdelijck t' ontdecken, is ul. door gehouden discourssen en communicatie van Journalen, Caerten en geschriften ten principale wel bekent, namentlijck dat vier verscheiden voijages, met sober Succes tot dese begeerde ondeckinge sijn gedaen, waarvan

D' eerste reijse in den Jare 1606, door ordre van den President Jan Willemsz Verschoor, (die toen ter tijt des Comp" Negotie tot Bantham dirigeerde,) met 't Jacht 't Duijffken ondernomen is, 't welck de Eijlanden van Keij en Arouw in passant besocht, de onbekende Zuijt en West Custen van Nova Guinea, omtrent 220 mijlen van 5 tot 13% graden Zuijderbreete, ondect en alleen bevonden heeft, dat grote lantten meerendele woest, en sommige plaetsen van wilde, wreede-swarte-barbarische menschen bewoont te zijn, die eenige van onse matrosen dootgeslagen hebben, soo dat de ware gelegentheijt van 't lant, en watter vallen ofte begeert wesen mocht niet vernemen conden, maer door gebreck van vivres, als andere noot wen digheden, van de begonnen ondeckinge te rugge sijn gekeert, en den uijtersten hoeck van 't ondecte lant op 13% graden Suijder breete, met den naam van Caep Keer-Weer in haar Caert bekent gemaekt.