is toegevoegd aan je favorieten.

De eerste schipvaart der Nederlanders naar Oost-Indië onder Cornelis de Houtman, 1595-1597

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

182

ende anders om een stedeken welck aenden voet vanden selven leyt Pracada ghenaemt, ende dede hem aldus op als hier nae volcht met het omligghende landt. Aenden voet van desen bergh wast daer de Pinas aenden grondt geseten hadde. Benevens het voorghemelde stedeken laghen noch twee stedekens, waer van d' eene Chandana 31) genoemt was, daer drie Joncken aen ancker laghen. Wy quamen [6or°] desen dagh noch inde Straet, die ghenaemt wordt, de Straet van Ballabuan 32), lancks de Custe van lava, in eenen bocht daerseersteenich ende veel Clippen waren, alwaer wy gheset hebben in 9. vademen vuylen grondt, die opt nauste geene halve myle wijt is, hebbende ten oosten tEylandt Bali, ende ten westen lava, al hooghe berghich landt, ghelijckmen aende afteijckeninghen sien mach, dwelck meest al met Rijs besaeyt zijn. Hier onthouden haer een soorte van Vleermuysen, so groot als Hinnen, die de inwoonders braden ende eten 33).

-f- Aen desen westelijcken hoeck sat de Pinasse aenden grondt.

31) D. i. Sëdano van thans; het andere „stedeken" is wellicht de in 't slot van noot 30 genoemde Tjandi Bang, of „Roode (Baksteen-)tempel". — Zou Sëdano inderdaad uit „Chandana", dus Jav. tjandana = „sandelhout" vervormd zijn?

32) D. i. Balambangan, Oudport. „Balaboam", gelegen waar thans nog de ruïnen zijn van Ardja Balambangan („Balambangan's Bloei"), zie Verbeek, Oudheden van Java, 18911 p. 326, en de daarbij behoorende kaart. — De vervorming „Balaboam" is zoo zonderling, dat men zou weifelen of „Balaboam" niet veeleer een vervorming is van Mal.-Jav. Pëlaboehan, dus „Ankerplaats", n.l. die bij de stad Balambangan, beZ. den feilen stroom doorStraat Bali (verg. noot 34). De stadsnaam Balambangan (gewoon-Jav. Blambangan) komt vermoedelijk van Mal. bëlambang, Jav. blëmbëm (voluit blëmëbm rawa), Panicum auritum Presl., dus „de Moerasgras-stad". In De Clercq-Greshoff (1909) is de Mal. term vergeten; doch zie Klinkert's Wdb., i. v. De Balin. naam is Blangbangan, en zelfs Barangbangan (zie V. d. Tuuk's Kawi-Balin.-Ned. Wdb. IV, 1912, p. 1010b). — Valentijn's kaart (IV, 1,1726, fol. 51) isfout, door de stad „Balamboang" beZuiden de rivier te teekenen; zie toch noot 37.

33) De Mal. kaloeng,]a.v. kalong, ons „vliegende hond" (verg. Cap. 15,noot 18), Pteropus edulis. Over het nu nog door inlanders gegeten worden van kaloeng's, vooral „bij de heidensche Bataks", zie Encycl. v. N. I. II [1899], i. v. „kalong". Het nauw van Straat Bali (21/a K.M.) wordt met gemak door kaloeng's overgevlogen.