is toegevoegd aan je favorieten.

De opvoedkundige denkbeelden van Betje Wolff en Aagje Deken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

293

Slandl gevoerd' evenals in „De Duif"1. In dit laatste praten een paar '"deren, meisjes over het buitenleven en het leven in Parijs; het Parijse meisje klaagt over de onnatuurlikheid van het grote-stadsleven, over hoe ze gefriseerd wordt, en gekapt en geverfd naar het bal gaat met de raad mee: „pas wel op, dat gy uw rood niet afveegt. „Verhaven uw kapzel niet .... Kreuk uw kleeren niet, en wees „vrolyk!" 2 "). Neen, dan is het leven buiten toch heel wat anders, zeggen de anderen, die de Parijzenaartjes zouden willen uitdagen om „slootje te springen" en hard te lopen.

Het stukje „De goede Moeder" opent met een gesprek tussen de gouvernante, de ideale oudste zuster Emilie (er is natuurlik weer een ideale braveling naast een wereldse ijdeltuit) en twee kleinere meisjes, waarvan het ene een paar maal neiging vertoont „enfant terrible" te gaan spelen3; dat gesprek gaat nu echter o.a. over de mogelikheid voor de kinderen om volmaakt te worden, zö als „Maatje", „de goede moeder", en . . . Emilie; de taal en denkwijze zijn geheel onkinderlik 4. De „goedFranse „heid" der moeder bestaat hierin, dat zij haar 17-jarige dochter voor een huwelik met een Portugese graaf afstaat, van zich laat gaan. Horen we de bruid tot haar moeder spreken: „Nooit was „ik uit uw oog; ach, ik ken en bemin die heilige pligten, die „gy my wilt voorhouden (die van vrouw en moeder). Ik moet my „toeleggen, om te behagen, vooral, om het vertrouwen te verderven van hem, die nu helaas! myn lot alleen zal beslissen. „Uit pligt, en om hem te beletten, dat hy ooit van zyne magt „over my misbruik maakt, zal ik hem door myn gedrag overtuigen, dat ik alle zyne rechten ken, en my daar aan onderwerpen .... De pligten eener Moeder heb ik insgelyks door „uw uitmuntend voorbeeld geleert. Alleen te leven voor zyne „Kinderen, afstand doen van alle verstrooiingen, van alle plaizier„partyen, om zich geheel op hunne opvoeding te kunnen toeleggen; des daags hun onderwyzen, en een gedeelte van den „nagt gebruiken, om daartoe te meer bekwaam te worden; met «vreugd aan hun jeugd, tyd en gezontheid opofferen . . . ." 5

") Goethe vertelt, dat een uur per dag over 't haar der kinderen gedaan werd. (Wahrheit und Dichtung, 34).

1 a. w. II, 414. 2 a. w. II, 433. 3 a. w. II, 111. 4 a. w. II, 112; 131. 0 a. w. II, 202.