Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIII

voetlicht met zijn uitgave der verschillende londensche Registers, waarin hij een overzicht bood van de doop- en trouwboeken van 1571 en vervolgens, van het begraaf boek sedert 1675 en van de nog in den Jezus-tempel aanwezige opschriften van grafzerken, een boek dat — wijl de namen er, uit genealogische motieven, in alfabetische in plaats

van in chronologische volgorde in zijn gegeven voor

historische studiën wel eens in den steek laat, maar niettemin als hulpmiddel voor de kennis der in de gemeente optredende personen niet minder belangrijke diensten kan bewijzen dan de uitgaven der Marnixvereeniging dat doen voor die van haar lotgevallen en haar innerlijk leven ').

Verwant materiaal, nl. een vijftal lidmatenboeken, publiceerde in 1900 de sedert 1885 bestaande en ijverig werkende Huguenot Society of London in Vol. X Part I van haar Publications2).

En ten laatste — hoewel hier last not least is, integendeel — kwam toen nog wat J. H. Hessels leverde. Vooreerst in zijn Register of the Attestations or certificates of membership, confessions of guilt, certificates of marriages, betrothals, publications of banns, &c, &c. preserved in the Dutch Reformed Church, Austin Friars, London, 1568—1872 (London-Amsterdam, 1892). Maar bovenal in zijn drie deelen Ecclesiae Londino-Batavae Archivurn (Cantabr., resp. 1887, 1889 en 1897); met hun ruim vier en veertig honderd brieven, hun uitvoerige indices en hun overstelpende massa noten evenzeer een monument voor de vlijt en geleerdheid van hun bewerker, als met hun duizenden bijzonderheden over personen en zaken, vooral wat het tweede en het derde deel betreft"), een bron die, voor

1) De volledige titel op bldz. VI aan het slot van noot 2.

2) Aldaar op de bladzijden: 201 vv., 211 vv., 269 vv., 278 vv., 367 vv.

3) Van den inhoud van het eerste deel, dat 376, in hoofdzaak door en aan den beroemden 16e-eeuwschen aardrijkskundige Abraham Ortelius en diens neef Jacobus Golius Ortelianus geschreven brieven

omvat, schrijft Hessels zelf: „The lirst volume contains nothing

which bears upon, or is connected with, the Dutch Church, and the collection would probably never have come into its possession, if Cole, the nephew of Ortelius, had not been one of the Elders; zie J. H-

Sluiten