is toegevoegd aan uw favorieten.

Amsterdam en zijne bevolking in de negentiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66

ONDERWIJS.

Athenaeum te Amsterdam. Voegt men bij deze nog de departementale scholen van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen en de onderwijsinrichtingen van diaconieën en andere kerkelijke instellingen en vereenigingen, dan is het lijstje vrijwel compleet. Het zegt evenwel nog niets omtrent den omvang van het onderwijs. Toch is het noodig, dat wij iets meer vernemen omtrent het aantal scholen, meesters en leerlingen, opdat, hoe gebrekkig ook, een vergelijking gemaakt kan worden.

In het Rijksarchief te 's Gravenhage bevindt zich een staat, gedateerd 7 September 1811, die eenig licht verschaft.

Deze staat doet zien, dat er te Amsterdam 293 scholen waren. Wat zooal onder „school" werd verstaan, blijkt hier uit, dat het aantal Joodsche Armenscholen ie en 2e klasse, respectievelijk 6 en 54, gemiddeld 11.4 leerling per school hadden. Het is duidelijk, dat het hier scholen betreft, waar, op een enkele uitzondering na, in hoofdzaak wat Hebreeuwsch werd geleerd. De grootste categorie vormen de particuliere Fransche en Hollandsche scholen, waarvan er 135 waren, met 57 secondanten en 4828 leerlingen.

Meer scholen dan secondanten — hetgeen wijst op een situatie, waarbij de ondernemer het zaakje geheel alleen leidt.