Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ELECTRO-CHEMIE.

502

ELEVATIE.

ELECTRO-CHEMIE, v. leer van die chemische verschijnselen waarmee electrische verschijnselen gepaard gaan; leer der omzetting van chemische in electrische energie en omgekeerd.

ELECTRO-CHEMISCH, bn. etec.ro-chemisch laboratorium, proces.

ELECTRO-CULTUUR, v. toepassing der eleotriciteit bij den landbouw, om de groeikracht

ELECTROCUTIÉ, v. (-8, ...tiën), terdoodbrenging door middel van electriciteit: in Amerika wordt de electrocutie toegepast.

ELECTRODE, v. (-n), de metalen toeleiding voor den electrischen stroom in eleetrolyten en gassen,

ELECTRO-DIAGNOSTIEK, v. gebruik van den galvanisohen en faradischen stroom, om eene diagnose te stellen,

ELECTRODYNAMICA, V. leer van het op elkaar inwerken van electrische stroomen.

ELECTROGLAS, o. vuurvaste ruiten van kristalglas, bestaande uit dunne platen door galvanischen metaalneerslag verbonden.

ELECTROGRAPHIE, V. het maken van cliché's door galvanische etsing.

ELECTROGRAVURE, V. (-8), eene bewerking tot het maken van gravures langs electrolytischen weg.

ELECTROLYSE, v. ontleding vap chemische verbindingen in hare bestanddeelen door middel van electriciteit. Ook komt voor een w. w. electro-

ELECTROLYT, o. (-en), de vloeistof die door eleotrolyse ontleed wordt; de bestanddeelen die aan de polen optreden, heeten ionen.

ELECTROMAGNEET, m. (...magneten), een stuk week ijzer, tijdelijk magnetisch gemaakt door den invloed van een electrischen stroom die door een daar omgewonden geisoleerden geleidraad gaat.

ELECTROMAGNETISCH, bn. op de werking van den eleotromagneet berustende : electromagnetische multiplicator, galvanometer; electromagnetisch geluid; — electro-magnetische telegraaf, toestel, door middel waarvan door metaaldraad berichten worden overgebracht, de algemeen bekende telegraaf; — de electromagnetische lichttheorie.

ELECTROMAGNETISME, 0. theorie der werkingen en reacties der electrische stroomen op magneten en omgekeerd. .

ELECTROMETALLURGIE, V. toepassing van de chemische werking der electriciteit tot het afscheiden van metalen uit hunne ertsen, tot de afscheiding van magnetische en niet-magnetische ertsen, tot smelting door den stroom en tot electrolyse van metaalzouten, inz. koper.

ELECTRO-METEOREN, m. mv. algemeene benaming voor de electrische verschijnselen in den dampkring als weerlicht, St. Ehnusvuur, poollicht, enz.

ELECTROMETER, m. (-s), werktuig om de electrische spanning te meten.

ELECTROMOBIEL, v. (-en), door electriciteit gedreven motorwagen.

ELECTROMOTOR, m. (-en), machine die electrische energie in mechanische omzet.

ELECTROMOTOR1SCH, bn. electromotorische kracht, kracht die de spanning aan den electrischen stroom geeft.

1. ELECTRON, o. (-en), een atoom negatieve electriciteit, 1600 maal zoo licht als een atoom waterstof.

2. ELECTRON, o. eene stof, lichter dan aluminium met een s.g. van 1,75 tot 2; het is vast, taai, elastisch, geschikt tot bewerking, zilverachtig van kleur, zuiver van klank en goed tegen den invloed van het weer bestand: electron zal waarschijnlijk in de vliegtechniek eene belangrijke rol spelen,

ELECTRONENTHEORIE, v. (nat.) de electronentheorie is voor physica en chemie van de hoogste beteekenis.

ELECTROPHOOR, m. (...phoren). een instrument om de daarin opgewekte electriciteit langen tijd te bewaren, b.v. bestaande uit een ronden harskoek in een blikken bak met daarop passend geïso-

ELECTRO-PHYSIOLOGIE, v. die deelen der experimenteele physiologie, waarbij electriciteit waargenomen of toegepast wordt.

ELECTROSCOOP, m. (...oopen), instrumentje tot het aanwijzen van geringe olectrische spanningen.

1 de eenvoudigste vorm is een paar vlierpitballetjes, aan zijden draden opgehangen.

ELECTROSTATICA, v. leer van het evenwicht bij electriciteit, omvattend de voortbrenging van electriciteit door wrijving en inductie, en de electrische ontlading.

ELECTROTECHNICUS, m. (...ol), beoefenaar van de electrotechniek.

ELECTROTECHNIEK, v. techniek ter verkrijging, voortgeleiding en benutting van electrische energie; zij wordt verdeeld in zwakstroomtechniek (voor telegraaf, telephoon en seinwezen) en sterkstroomtechniek (voor verlichting, verwarming, electrische bedrijfskracht enz.).

ELECTROTECHNISCH, bn. met de electrotechniek in verband staande: electrotechnisch ingenieur; eJeclrotechnische fabriek.

ELECTROTHERAPIE, v. toepassing der electriciteit in de geneeskunde, met goed gevolg aangewend bij spierkramp, verlammingen, schijndood, 1 verzwakking der zenuwen enz.

ELECTROTYPIE, v. het vervaardigen van stereotiepplaten, .etters, clichés enz. door middel der 1 galvanoplastiek.

ELECTRO-VEGETOMETER, m. (-s), toestel om den invloed der electriciteit op den plantengroei aan te toonen.

ELECTUARIUM, o. likkepot: een half week, half hard geneesmiddel, gewoonlijk uit verdikte plantensappen of planten-extracten met poeder en stroop ot honing bestaande.

ELEFANT, m. (-en), zie OLIFANT.

ELEFANTIASIS, v. ziekelijke verdikking van de huid en het onderhuids-bindweefsel, vooral aan de beenen welke zeer opzwellen; de genezing is uiterst moeilijk.

ELEGANT, bn. en bw. (-er, -st), bevallig, net, smaakvol, keurig: eene elegante jongedame; een elegante stijl; elegante vormen; zich elegant kleeden.

ELEGANTIE, v. sierlijkheid, netheid, bevalligheid.

ELEGIE, v- (...gieën), eene lyrische dichtsoort waarin de aangename herinnering van hetgeen men vroeger bezat, afwisselt met treurigheid om het verlies ervan.

ELEGISCH, bn. bw. zacht klagend, weemoedig, 1 aandoenlijk.

ELEMENT, o. (-en), beginsel; — (btj de opvoedkundigen) kennis en ontwikkeling waarop het verder onderricht moet voortbouwen; — (bij de sterrenkundigen) de gegevens die ons de grootte, gedaante en ligging der loopbaan van een hemellichaam doen kennen; — (bij de natuurkundigen) toestel waarin men galvanische of chemische electriciteit kan opwekken, zie CEL; —■ (bij de scheikundigen) enkelvoudige stoffen die men niet verder ontleden kan: zij worden verdeeld in metalen en metal' leiden;

vroeger noemde men vuur, lucht, aarde en water de vier elementen; — de strijd der elementen, hevige storm, branding of brand; — het water is ons element, daarmee zijn wij vertrouwd, daar gevoelen wij ons thuis; — nu is hij in zijn element, nu is hij in zijn schik; (ook) nu kan hij zioh op zijn voordeeligst doen kennen, op dat veld van wetenschap is hij geheel thuis; — de jacht is zijn element, zijne geliefkoosde bezigheid; — het Europeesche element in Indië, de Europeanen,

ELEMENTAIR, bn. elementair onderwijs, het lager onderwijs voor beginnenden; — elementaire analyse, onderzoek uit welke enkelvoudige stoffen een lichaam bestaat en in welke gewichtsverhoudingdeze voorkomen; — elementaire geesten, geesten die naar het geloof in de M. E. in de vier elementen huisden : de gnomen in de aarde, de undinen in het water, de sglphen in de luoht en de salamanders in het vuur.

ELE MI-HARS, GUMMI-ELEMI, o. (arts.) olie1 houdende hars van verschillende soorten van 't I geslacht canarium in oostelijk Oost-Indië nit oude stammen door insnijding gewonnen; het vormt eene zalfachtige massa met oitroenachtigen geur en zwak bitteren smaak; — andere oliehoudende barsen uit Afrikaansohe en Amerikaansche struiken uit de familie der Burseraceecn dienen bij de bereiding van lakvernissen.

ELEVATIE, v. (...tiën), verheffing, verhooging, verhevenheid; — (R. K.) de opheffingen van de H. hostie en van den kelk onder de mis onmidI dellijk na de consecratie; — (bouwk.) schets van

Sluiten