is toegevoegd aan uw favorieten.

De grootvader van onze koningin

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

89

Maarschalk Ney „le brave des braves", de „dapperste der dapperen", de Prins van de Moskowa, de Hertog van Elchingen — vier bataljons van de Jonge Garde aan, gevolgd door al de nog strijdbare ruiterij, naar het punt, waar Wellington met de Engelsche Garde gereed stond den stoot af te wachten.

Tegelijk rukten Reille en d' Erlon vooruit, en kwamen 62 stukken reserve-artillerie de hoogte oprijden.

Hoogst vernielend was de uitwerking.

't Is half acht. De Prins stelt zich aan het hoofd der Nassauers, om zich op de Artillerie te werpen. Daar vliegt hem een geweerkogel door den linkerarm, nabij- den schouder, en een andere treft het paard, waarop hij gezeten is.

Duizelend zinkt hij neer, nadat hij is afgestegen, op 't omgewoelde klaverveld.

De Kapitein van den Staf, Jules Thierry Nicolas de Constant Rebecque de Villars, snelt toe, en vangt hem op in zijne armen. Ook komt de LuitenantKolonel van de Lichte Ruiterij, Willem Hendrik Baron van Heerdt tot Eversberg aanspoeden. Men heft hem in den zadel, steunt hem, leidt hem, vergezeld ook van Lord March — den lateren Hertog van Richmond, denzelfden die met hem bij CiudadRodrigo Napier had gered — en omgeven door de lijfwacht van eenige scherpschutters naar Mont St. Jean, tot buiten 't vuur.

Nadat te Mont St. Jean het eerste verband was aangelegd, werd de Prins van Oranje op een deurpaneel, waarover een matras was gelegd, door de Nassauers weggedragen, onder geleide van zijn Adjudant Paulus Statius Reinier van Hooff, naar het hoofdkwartier te Waterloo.

Daar onderzochten de geneesheeren de wonde, en verklaarden, dat de kogel den arm geheel doorboord had, maar dat er goede hoop op herstel was.