Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij vordert krachtige maatregelen.

Versterking van , het Zwolse garnizoen en de in

Twente gelegerde troepen nodig I

Bentinck minder zwart, gallig.

Vivat Capellen I

494

de sociale en politieke bevoorrechting van de adel in haar hatelikste vorm. „Votre Altesse sera sans doute informée que Capelle parcourt villes et plat pais pour tacher d'effectuer une émeute, qu'il a scu émeuter les Corps de Métiers a Zwolle et Deventer pour présenter requête[]. Votr' Altesse Serenissime penètrera facilement, que si tout cela existe, que si on lache dans ce moment-ci et qu'on ne témoigne pas de la fermeté, que ce sera d'orenavant Capelle seul qui gouvernera la Province et despotiquement même. Si la canaille peut a 1'avenir prescrire les loix et user de violence pour les exécuter, vous n'êtes plus Stadhouder 1'année prochaine, Monseigneur, et vos amis immolés pour 1'attachement qu'ils vous portent."

De drost dringt er met kracht op aan, dat Z. H. nog eens een ernstig woord spreke met Rouse en De Schepper. Voorts moet het Zwolse garnizoen gereed worden gehouden, om de Staten vrijheid van deliberatie te verzekeren en de leden der vergadering persoonlike veiligheid; de kommandant moet van de nodige bevelen worden voorzien. — Het kan verkeren. Wie zou gedacht hebben, na 4 jaren in de drost een verdediger van de vrije deliberatiën te zullen ontmoeten, tegenover Van der Capellen? „II est certain que Capelle portera les choses a tout' extrémité et que si on lache la moindre chose, tout est perdu sans ressource. Je compte me rendre dans peu de jours chez le Drossard de Vollenhoven et de conférer avec lui sur les mesures qu'il y a a prendre pour conserver la dignité du souverain, ses prérogatives, les Vötres, Monseigneur, et la sureté de nos personnes."

Mogelik, dat de laatstgenoemde overweging hem tot de erkentenis bracht, dat het Zwolse garnizoen wel eens niet berekend zou kunnen zijn voor zijn taak, Hij eindigt ten minste met de Stadhouder aan te raden, een afdeling infanterie naar Zwolle te laten marcheren; misschien zal hij zelfs verplicht zijn, een sterker detachement voor zijn distrikt aan te vragen, „oü Capelle a couru partout pour semer la discorde." ')

Het schijnt, dat Bentinck zijn kollega enigszins heeft weten gerust te stellen. Militaire maatregelen werden er gelukkig niet genomen. De 268te Oktober, toen de Landdag al begonnen was, schreef Bentinck aan de Prins: „dat de confusie nooyt so verre zal gaan, dat het hier in de stad tot eenige daadelijkheden zal uitbarsten". '

Dat er echter grote spanning heerste, mag ook blijken uit een brief van Van der Capellen zelf, van een dag later.

„Het ongenoegen des volks over de tot heden verwijlde afschaffing der diensten en mijne re-admissie begint zo hoog te gaan, dat men voor excessen vreest. Meer dan eens is er reeds geroep op de straaten geweest van Vivat Capellen! Gisternagt was er op verscheiden plaatsen aer stad aangeplakt, ook daar de Ridderschap gewoon is te vergaderen:

1) Heiden Hompesch aan Willem V, 7 Okt. 1782. Kon. Huis-Arch.

Sluiten