Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

433

1777.

vacante sesjarige commissiën bij de ridderschap van Utrecht getragt hadde de irpm te induceren om eene commissie voor sig te nemen l), waertoe Heiden-Reinestein sig hadde gerecommandeert, dan, de irpivv aen hem, Lynden, hebbende belooft de continuatie in de admiraliteit van Frieslandt2) — was 't mogelijk — soo soude de irpn<r, om reden dit niet gelukken konde, ook geene commissie voor sig hebben willen vragen, ofschoon Heiden daerom hadde gesolliciteert met appui van bijde de Pesters.

"flpe vxv hp Bopy den camerheers). Dat het in de provincie van Stad en Landen seer ongeregelt toeging. Want dat, niettegenstaende den rrpivcr gewaerschouwt was en veelmalen onderhouden op 't stuk van Iddikkinge, hoe hij, heer Iddikkinge, in die provincie door sijne kwade behandelingen nopens alle diegene, die niet blindelings zijn wil opvolgde, seer gehaat was, ook alles tegens regt en reden doordrong, soo was de a-p/i/a-, een en andermaal overtuigt geworden zijnde door opgegeve voorbeelden van de waerheydt der saaken, soo verre gekomen van te seggen aen hem, heer van der Borg: „Welnu, ik sal dit redresseren en hem, Iddikkinge, daerinne sijne sin niet opvolgen", wanneer 14 dagen daernae 't cas evenswei precies naer de sin van hem, Iddikkinge, uitviel, zulks daeraen nietwes meer te doen was. Ook hadde Van der Borg, sulks wel vresende, meer dan eens versogt aan de ■xpivtr dat hij mogte geëxcuseert zijn op de materie te moeten antwoorden. Maer de Ttpwr niet loslatende en daerop insterende hadde hij, Van der Borg, daeromtrent gesproken sooals hij met aanhaling van gegronde redenen konde en behoorde te doen. Onder andere ook op 't geval

1) Namelijk om die op een tourbeurt te vergeven.

2) Jhr. Reinhard Van Lynden was in 1773 vanwege de ridderschap met die commissie voorzien.

3) Ore Van der Borch: Baron Vau der Borch tot Langentries, reeds vroeger genoemd.

Derde Serie. Werken N°. 14. 28

Sluiten