is toegevoegd aan je favorieten.

Brieven aan Johan de Witt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

289

UE. onderdanen; wenschende, dat ick de eer had by UË. te sijn, ick sou UE. een oprechtige inform&tie geven van de macht van dese landen. Ick weet wel, dat"tTWelEd*. hier correspondeert met een parsoon, om een groote heer hier te sonderen van enige dingen, maar ick vertrouw, dat sulcx niet sal geschieden *); ondertu'sschen ick bid voor de vrede ende gemene spreekwoort in Hollant is: maackt met Engelandt vrede en de drommel trouw de Franse2). Mijn heer, ick sal mijn laten gebruycken, so het UE. belieft mijn te vertrouwen tot bereydinge van een accommandatie; daarom soo sou ick wensche en bidden, dat UwelEd*. gelieft op geen kleene pickedilletyes te staan, om te proponeeren van de een ofte ander neuteriale plaetsen metten anderen te tracteeren; dat ick mocht raden, ick soude alleen in Sijn Mayts. arme vallen en ick durf beloven, dat UWelEd*. met Sijn May*, duysent maal beeter alleen te recht soude komen als met eenige mediateurs. Ick heb Godtlof de eer van Sijn May'8, genadighste gunst en gratie te hebben en dat hy mijn geloof geeft in dingen, die apparentlijck hy aen een ander niet soude believen te doen, alhoewel dat Sijn May*, wel weet, dat ick geen hovelingh, student noch soldaat ben, maar een eerlijck man, die de vrede bemint, ende gelieft vastelijck te gelooven, dat ick mijn selver geluckig sou achten, bysoveren dat ick eenige dienst konde doen aan Hollant, alwaar ik heb over de 34 jaren verkeert; ick wil mijnheer niet langer ophouden, maer biddende mijn slechte regulen ten beste te houden, alsoo dat ick ben genegen tot Hollandt ten dienst te staen in alle billickheyt, ende sal verblyve" enz.

(Van William Davidson. 31 Augustus 1666). „Mijn Heer,

Ick hebbe UwEd*8. seer aengenamen van den 20 deses wel óntfangen ende hebbe den inhout van dezelfde ghekonferreert met Syne Ma', ende mylord Arlington, maer

1) Dit kan m. i. alleen slaan op de correspondentie van Buat met Arlington.

2) Vgl. het versje in Engeland:

Brieven aan Johan de Witt. II. -19